BWBR0011468
Geldig vanaf 2001-09-01
Artikel 50
Wet bescherming persoonsgegevens
1. Indien de verantwoordelijke of de bewerker handelt in strijd met het bij of krachtens deze wet bepaalde en een ander daardoor schade lijdt of dreigt te lijden, kan de rechter hem op vordering van die ander zodanig gedrag verbieden en hem bevelen maatregelen te treffen tot herstel van de gevolgen van dat gedrag.
2. Een verwerking kan niet ten grondslag worden gelegd aan een vordering van een rechtspersoon als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/1:2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1:2, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>of <a href="/wet/BWBR0005291/artikel/305a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:305a van het Burgerlijk Wetboek</a>, voor zover degene die door deze verwerking wordt getroffen, daartegen bezwaar heeft.
2. Een verwerking kan niet ten grondslag worden gelegd aan een vordering van een rechtspersoon als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/1:2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1:2, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>of <a href="/wet/BWBR0005291/artikel/305a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:305a van het Burgerlijk Wetboek</a>, voor zover degene die door deze verwerking wordt getroffen, daartegen bezwaar heeft.