BWBR0011468
Geldig vanaf 2001-09-01
Artikel 26
Wet bescherming persoonsgegevens
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voor een bepaalde sector nadere regels worden gesteld inzake de in de artikelen 6 tot en met 11en 13geregelde onderwerpen.
2. Het College geeft in zijn jaarverslag aan in hoeverre naar zijn oordeel toepassing van het eerste lid wenselijk is.
3. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid die betrekking heeft op de <a href="/wet/BWBR0023864" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg</a>, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Indien een der kamers der Staten-Generaal besluit niet in te stemmen met het ontwerp, wordt er geen voordracht gedaan en kan niet eerder dan zes weken na het besluit van die kamer der Staten-Generaal een nieuw ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal worden overgelegd.
2. Het College geeft in zijn jaarverslag aan in hoeverre naar zijn oordeel toepassing van het eerste lid wenselijk is.
3. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid die betrekking heeft op de <a href="/wet/BWBR0023864" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg</a>, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Indien een der kamers der Staten-Generaal besluit niet in te stemmen met het ontwerp, wordt er geen voordracht gedaan en kan niet eerder dan zes weken na het besluit van die kamer der Staten-Generaal een nieuw ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal worden overgelegd.