BWBR0011422
Geldig vanaf 2000-06-23
Artikel 7
Subsidieregeling houtmodificatie CO2-reductieplan
1. De minister wint omtrent een aanvraag het advies in van de Adviescommissie CO
2. De adviescommissie geeft aan de minister in ieder geval een negatief advies:
a. indien de aanvraag niet voldoet aan deze regeling;
b. indien zij het aannemelijk acht, dat de voorzieningen ook zonder subsidie rendabel kunnen worden geëxploiteerd;
c. indien zij het onaannemelijk acht, dat binnen een jaar na de datum van subsidieverlening een aanvang zal worden gemaakt met de uitvoering van het houtmodificatieproject;
d. indien zij het onaannemelijk acht, dat de voorzieningen binnen vier jaren na de datum van subsidieverlening kunnen worden geïnstalleerd en in gebruik genomen;
e. indien zij onvoldoende vertrouwen heeft in de technische haalbaarheid van het houtmodificatieproject;
f. indien zij onvoldoende vertrouwen heeft in de mogelijkheid van exploitatie na voltooiing van het houtmodificatieproject.
3. De commissie rangschikt de aanvragen waaromtrent zij positief adviseert zodanig, dat een project hoger gerangschikt wordt naarmate het hoger wordt gewaardeerd, gelet op de volgende relatieve criteria, met inachtneming van het daaraan toegekende relatieve gewicht:
a. kosteneffectiviteit van het project: 70%;
b. innovativiteit van het project: 15%;
c. herhalingspotentieel van het project: 15%.
2. De adviescommissie geeft aan de minister in ieder geval een negatief advies:
a. indien de aanvraag niet voldoet aan deze regeling;
b. indien zij het aannemelijk acht, dat de voorzieningen ook zonder subsidie rendabel kunnen worden geëxploiteerd;
c. indien zij het onaannemelijk acht, dat binnen een jaar na de datum van subsidieverlening een aanvang zal worden gemaakt met de uitvoering van het houtmodificatieproject;
d. indien zij het onaannemelijk acht, dat de voorzieningen binnen vier jaren na de datum van subsidieverlening kunnen worden geïnstalleerd en in gebruik genomen;
e. indien zij onvoldoende vertrouwen heeft in de technische haalbaarheid van het houtmodificatieproject;
f. indien zij onvoldoende vertrouwen heeft in de mogelijkheid van exploitatie na voltooiing van het houtmodificatieproject.
3. De commissie rangschikt de aanvragen waaromtrent zij positief adviseert zodanig, dat een project hoger gerangschikt wordt naarmate het hoger wordt gewaardeerd, gelet op de volgende relatieve criteria, met inachtneming van het daaraan toegekende relatieve gewicht:
a. kosteneffectiviteit van het project: 70%;
b. innovativiteit van het project: 15%;
c. herhalingspotentieel van het project: 15%.