BWBR0011422
Geldig vanaf 2000-06-23
Artikel 3
Subsidieregeling houtmodificatie CO2-reductieplan
1. De subsidie bedraagt het gevraagde bedrag, met dien verstande dat de subsidie niet meer bedraagt dan 30 procent van de rechtstreeks aan het houtmodificatieproject toe te rekenen door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde kosten.
2. Indien de subsidieontvanger een ondernemer is, bedraagt de subsidie niet meer dan 30 procent van de rechtstreeks aan het houtmodificatieproject toe te rekenen door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde kosten, voorzover die noodzakelijk zijn voor een vermindering van de uitstoot van CO 2.
3. Het in het tweede lid bedoelde percentage bedraagt 40 indien de subsidieontvanger een kleine of middelgrote onderneming is in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake overheidssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen van de Commissie van de Europese Gemeenschappen (PbEG 1996, C 213). Een wijziging van deze kaderregeling treedt voor de toepassing van deze regeling in werking met ingang van de dag waarop de betrokken wijziging in werking treedt.
4. De kosten die noodzakelijk zijn voor een vermindering van de uitstoot van CO 2, bedoeld in het tweede lid, zijn de rechtstreeks aan het houtmodificatieproject toe te rekenen, door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde kosten, verminderd met de uitkomst van de vermenigvuldiging van het bedrag van € 90,76 met de jaarlijkse capaciteit van het project in kubieke meters gemodificeerd hout.
5. Indien ter zake van de kosten of een deel daarvan reeds door een ander bestuursorgaan of de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het bedrag ingevolge het eerste tot en met het derde lid.
2. Indien de subsidieontvanger een ondernemer is, bedraagt de subsidie niet meer dan 30 procent van de rechtstreeks aan het houtmodificatieproject toe te rekenen door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde kosten, voorzover die noodzakelijk zijn voor een vermindering van de uitstoot van CO 2.
3. Het in het tweede lid bedoelde percentage bedraagt 40 indien de subsidieontvanger een kleine of middelgrote onderneming is in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake overheidssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen van de Commissie van de Europese Gemeenschappen (PbEG 1996, C 213). Een wijziging van deze kaderregeling treedt voor de toepassing van deze regeling in werking met ingang van de dag waarop de betrokken wijziging in werking treedt.
4. De kosten die noodzakelijk zijn voor een vermindering van de uitstoot van CO 2, bedoeld in het tweede lid, zijn de rechtstreeks aan het houtmodificatieproject toe te rekenen, door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde kosten, verminderd met de uitkomst van de vermenigvuldiging van het bedrag van € 90,76 met de jaarlijkse capaciteit van het project in kubieke meters gemodificeerd hout.
5. Indien ter zake van de kosten of een deel daarvan reeds door een ander bestuursorgaan of de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het bedrag ingevolge het eerste tot en met het derde lid.