BWBR0011340
Geldig vanaf 2000-05-14
Artikel C2
Uitvoeringsregeling BSE 2000-II
Het onderdeel EPA voor de utiliteitsbouw heeft voor 2000 als doel te bewerkstelligen dat het instrumentarium dat noodzakelijk is voor de invoering van de EPA voor de utiliteitsbouw operationeel inzetbaar is voor marktpartijen.
Onder EPA wordt voor de utiliteitsbouw verstaan een standaard(advies)rapportage over de energetische kwaliteit van een bestaand gebouw en de daarin plaatsvindende processen ten behoeve van te nemen energie besparende maatregelen. Dit rapport dient tevens bruikbaar te zijn in het kader van een eventuele energiezorgplicht ingevolge de Wet milieubeheer, indien van toepassing op de inrichting. De volgende aspecten dienen in het adviesrapport aan de orde te komen:
het in kaart brengen van de energetische situatie in een gebouw;
de uitsplitsing naar het gebouw en de processen in het gebouw;
het geven van een lijst met mogelijke investeringen, met kosten en baten (met en zonder subsidies); bij voorkeur bevat het ook integrale pakketten van maatregelen met kosten en terugverdientijden (met en zonder subsidies);
een lijst met organisatorische maatregelen;
een lijst met gedragsmaatregelen;
een lijst met subsidiemogelijkheden;
het geven van gegevens ten behoeve van monitoring volgens een voorgeschreven format.
In dit onderdeel zal in 2000 het accent voorts sterk liggen op de verdere acceptatie in de markt en concretisering van het advies. Marktpartijen worden gestimuleerd om voor zoveel mogelijk verschillende gebouwtypen EPA’s uit te brengen en voor uiteenlopende branches, waarbij de eerste aandacht uit zal gaan naar de hore-ca-, de kantoor- en de sportgebouwen.
De voornaamste soorten projecten die in 2000 voor subsidie in aanmerking kunnen komen zijn:
a. onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, die gericht zijn op nieuwe activiteiten ter bevordering van realisatie van EPA’s en geadviseerde energiebesparingsmaatregelen; voor de utiliteitsbouw kunnen tevens projecten ingediend worden die gericht zijn op het inpassen van EPA’s binnen het bestaande beleidsinstrumentarium;
b. haalbaarheidsprojecten en praktijkexperimenten, die gericht te zijn op het toepassen en verbeteren van EPA’s voor bestaande utiliteitsgebouwen; in de projecten kunnen verschillende methodieken worden toegepast; een project dient minimaal 25 EPA’s te omvatten voorzover het te adviseren organisaties betreft die geen energiezorgplicht hebben ingevolgde de Wet milieubeheer; het maximum aantal EPA’s per subsidiabel project bedraagt 50 EPA’s; voor een project dat betrekking heeft op een organisatie of organisaties die wel een energiezorg plicht hebben ingevolge de Wet milieubeheer dienen de EPA of de EPA’s totaal minimaal 10.000 m2 bruto vloeroppervlak te beslaan, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn die een afwijking hiervan rechtvaardigen; opleidingskosten voor adviseurs zijn niet subsidiabel;
c. kennisoverdrachtprojecten over EPA’s in de bestaande Utiliteitsbouw; hieronder vallen projecten binnen aangesloten branches of binnen één als zodanig gedefinieerde communicatiedoelgroep die tot doel hebben: kennisvermeerdering en draagvlakvergroting (het vergroten van de naams- en/of productbekendheid);
het creëren van een positieve attitude t.o.v. het EPA; kennisoverdracht over het EPA dient in het project centraal te staan; opleidingskosten voor adviseurs zijn niet subsidiabel.
kennisvermeerdering en draagvlakvergroting (het vergroten van de naams- en/of productbekendheid);
het creëren van een positieve attitude t.o.v. het EPA; kennisoverdracht over het EPA dient in het project centraal te staan; opleidingskosten voor adviseurs zijn niet subsidiabel.
Onder EPA wordt voor de utiliteitsbouw verstaan een standaard(advies)rapportage over de energetische kwaliteit van een bestaand gebouw en de daarin plaatsvindende processen ten behoeve van te nemen energie besparende maatregelen. Dit rapport dient tevens bruikbaar te zijn in het kader van een eventuele energiezorgplicht ingevolge de Wet milieubeheer, indien van toepassing op de inrichting. De volgende aspecten dienen in het adviesrapport aan de orde te komen:
het in kaart brengen van de energetische situatie in een gebouw;
de uitsplitsing naar het gebouw en de processen in het gebouw;
het geven van een lijst met mogelijke investeringen, met kosten en baten (met en zonder subsidies); bij voorkeur bevat het ook integrale pakketten van maatregelen met kosten en terugverdientijden (met en zonder subsidies);
een lijst met organisatorische maatregelen;
een lijst met gedragsmaatregelen;
een lijst met subsidiemogelijkheden;
het geven van gegevens ten behoeve van monitoring volgens een voorgeschreven format.
In dit onderdeel zal in 2000 het accent voorts sterk liggen op de verdere acceptatie in de markt en concretisering van het advies. Marktpartijen worden gestimuleerd om voor zoveel mogelijk verschillende gebouwtypen EPA’s uit te brengen en voor uiteenlopende branches, waarbij de eerste aandacht uit zal gaan naar de hore-ca-, de kantoor- en de sportgebouwen.
De voornaamste soorten projecten die in 2000 voor subsidie in aanmerking kunnen komen zijn:
a. onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, die gericht zijn op nieuwe activiteiten ter bevordering van realisatie van EPA’s en geadviseerde energiebesparingsmaatregelen; voor de utiliteitsbouw kunnen tevens projecten ingediend worden die gericht zijn op het inpassen van EPA’s binnen het bestaande beleidsinstrumentarium;
b. haalbaarheidsprojecten en praktijkexperimenten, die gericht te zijn op het toepassen en verbeteren van EPA’s voor bestaande utiliteitsgebouwen; in de projecten kunnen verschillende methodieken worden toegepast; een project dient minimaal 25 EPA’s te omvatten voorzover het te adviseren organisaties betreft die geen energiezorgplicht hebben ingevolgde de Wet milieubeheer; het maximum aantal EPA’s per subsidiabel project bedraagt 50 EPA’s; voor een project dat betrekking heeft op een organisatie of organisaties die wel een energiezorg plicht hebben ingevolge de Wet milieubeheer dienen de EPA of de EPA’s totaal minimaal 10.000 m2 bruto vloeroppervlak te beslaan, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn die een afwijking hiervan rechtvaardigen; opleidingskosten voor adviseurs zijn niet subsidiabel;
c. kennisoverdrachtprojecten over EPA’s in de bestaande Utiliteitsbouw; hieronder vallen projecten binnen aangesloten branches of binnen één als zodanig gedefinieerde communicatiedoelgroep die tot doel hebben: kennisvermeerdering en draagvlakvergroting (het vergroten van de naams- en/of productbekendheid);
het creëren van een positieve attitude t.o.v. het EPA; kennisoverdracht over het EPA dient in het project centraal te staan; opleidingskosten voor adviseurs zijn niet subsidiabel.
kennisvermeerdering en draagvlakvergroting (het vergroten van de naams- en/of productbekendheid);
het creëren van een positieve attitude t.o.v. het EPA; kennisoverdracht over het EPA dient in het project centraal te staan; opleidingskosten voor adviseurs zijn niet subsidiabel.