BWBR0011340
Geldig vanaf 2000-05-14
Artikel B1
Uitvoeringsregeling BSE 2000-II
Dit onderdeel richt zich op de haalbaarheid en ontwikkeling van energiezuinige ontwerpen voor woonwijken en utiliteitsbouw, waarbij zowel sprake is van bouwkundige, bouwfysische als installatietechnische maatregelen om het fossiele energieverbruik te reduceren. Naast genoemde besparingsmaatregelen moet tevens aandacht worden besteed aan de toepassing van duurzame energie en besparing op het energieverbruik van apparaten en verlichting.
De voornaamste soorten projecten die in 2000 voor subsidie in aanmerking komen zijn:
haalbaarheidsprojecten, gericht op het aantonen van de financiële en technische haalbaarheid van mogelijke energiezuinige ontwerpen, het analyseren van knelpunten en het aangeven van oplossingsrichtingen;
onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten gericht op het in technische zin nader uitwerken van veelbelovende (deel)oplossingen voor energiezuinige ontwerpen;
onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten gericht op het oplossen van technische en niet-technische knelpunten die de realisatie van energiezuinige ontwerpen belemmeren;
het project moet een logisch en inpasbaar deel zijn van een compleet (fictief) ontwerp, dat op middellange termijn leidt tot marktconforme oplossingen;
haalbaarheidsprojecten gericht op implementatiemethoden met betrekking tot het op termijn toepassen van in dit onderdeel passende conceptontwikkelingen;
haalbaarheidsprojecten gericht op het aantonen en toetsen van mogelijkheden om in energiezuinige woningen een gezond binnenmilieu te waarborgen; de projecten dienen de relatie tussen het ventilatiesysteem, luchtdichtheid, het gedrag van de bewoners en de kwaliteit van het binnenmilieu te analyseren.
De energiezuinige ontwerpen moeten aan de volgende voorwaarden voldoen:
het totale gemiddelde fossiele energieverbruik per gebouw per jaar dient lager te zijn dan: 45 GJ voor nieuwbouw woningen (inclusief energiegebruik van apparaten en verlichting); of een energievraag van maximaal 55 GJ, waarvan minimaal 10 GJ duurzaam wordt geproduceerd;
40 GJ voor renovaties woningbouw (alleen voor verwarming en warm tapwater);
0,5 GJ per m2 bruto vloeroppervlak voor nieuwe kantoren;
0,7 GJ per m2 bruto vloeroppervlak bij renovatie van kantoren; de waarden voor woningen gelden voor een Novem-referentiewoning (tussenwoning); voor andere typen/grootte woningen is een hoger verbruik toegestaan, indien dit procentueel in verhouding staat met het maximale verbruik van de referentiegebouwen; projecten, gericht op energiezuinige ontwerpen die niet geheel voldoen aan de hierboven genoemde criteria met betrekking tot het energieverbruik, kunnen alleen in aanmerking komen voor subsidie, indien zij betrekking hebben op innovatieve, niet eerder toegepaste technieken of systemen en naar het oordeel van Novem op termijn kunnen bijdragen aan een substantiële reductie van het energieverbruik in de gebouwde omgeving;
45 GJ voor nieuwbouw woningen (inclusief energiegebruik van apparaten en verlichting); of een energievraag van maximaal 55 GJ, waarvan minimaal 10 GJ duurzaam wordt geproduceerd;
40 GJ voor renovaties woningbouw (alleen voor verwarming en warm tapwater);
0,5 GJ per m2 bruto vloeroppervlak voor nieuwe kantoren;
0,7 GJ per m2 bruto vloeroppervlak bij renovatie van kantoren;
de energieprestatie wordt gerealiseerd door optimale combinatie van besparingsmaatregelen en/of duurzame energievoorziening en/of efficiënte inzet van fossiele energie, in deze volgorde van belangrijkheid; optimaal betekent hier een zo laag mogelijke meerinvestering, met als resultaat concepten die trendsettend zijn voor de ontwikkelingen van de bouwmarkt op middellange termijn;
onder besparingsmaatregelen worden tevens maatregelen verstaan die betrekking hebben op energieverbruik voor apparatuur en verlichting;
de energiezuinige concepten moeten betrekking hebben op projecten met een reëel uitzicht op het realiseren daarvan;
concepten dienen te worden ontwikkeld in relatie tot de autonome vervangings- en onderhoudscycli en veranderende functionele eisen aan gebouwen en bouwdelen.
De voornaamste soorten projecten die in 2000 voor subsidie in aanmerking komen zijn:
haalbaarheidsprojecten, gericht op het aantonen van de financiële en technische haalbaarheid van mogelijke energiezuinige ontwerpen, het analyseren van knelpunten en het aangeven van oplossingsrichtingen;
onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten gericht op het in technische zin nader uitwerken van veelbelovende (deel)oplossingen voor energiezuinige ontwerpen;
onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten gericht op het oplossen van technische en niet-technische knelpunten die de realisatie van energiezuinige ontwerpen belemmeren;
het project moet een logisch en inpasbaar deel zijn van een compleet (fictief) ontwerp, dat op middellange termijn leidt tot marktconforme oplossingen;
haalbaarheidsprojecten gericht op implementatiemethoden met betrekking tot het op termijn toepassen van in dit onderdeel passende conceptontwikkelingen;
haalbaarheidsprojecten gericht op het aantonen en toetsen van mogelijkheden om in energiezuinige woningen een gezond binnenmilieu te waarborgen; de projecten dienen de relatie tussen het ventilatiesysteem, luchtdichtheid, het gedrag van de bewoners en de kwaliteit van het binnenmilieu te analyseren.
De energiezuinige ontwerpen moeten aan de volgende voorwaarden voldoen:
het totale gemiddelde fossiele energieverbruik per gebouw per jaar dient lager te zijn dan: 45 GJ voor nieuwbouw woningen (inclusief energiegebruik van apparaten en verlichting); of een energievraag van maximaal 55 GJ, waarvan minimaal 10 GJ duurzaam wordt geproduceerd;
40 GJ voor renovaties woningbouw (alleen voor verwarming en warm tapwater);
0,5 GJ per m2 bruto vloeroppervlak voor nieuwe kantoren;
0,7 GJ per m2 bruto vloeroppervlak bij renovatie van kantoren; de waarden voor woningen gelden voor een Novem-referentiewoning (tussenwoning); voor andere typen/grootte woningen is een hoger verbruik toegestaan, indien dit procentueel in verhouding staat met het maximale verbruik van de referentiegebouwen; projecten, gericht op energiezuinige ontwerpen die niet geheel voldoen aan de hierboven genoemde criteria met betrekking tot het energieverbruik, kunnen alleen in aanmerking komen voor subsidie, indien zij betrekking hebben op innovatieve, niet eerder toegepaste technieken of systemen en naar het oordeel van Novem op termijn kunnen bijdragen aan een substantiële reductie van het energieverbruik in de gebouwde omgeving;
45 GJ voor nieuwbouw woningen (inclusief energiegebruik van apparaten en verlichting); of een energievraag van maximaal 55 GJ, waarvan minimaal 10 GJ duurzaam wordt geproduceerd;
40 GJ voor renovaties woningbouw (alleen voor verwarming en warm tapwater);
0,5 GJ per m2 bruto vloeroppervlak voor nieuwe kantoren;
0,7 GJ per m2 bruto vloeroppervlak bij renovatie van kantoren;
de energieprestatie wordt gerealiseerd door optimale combinatie van besparingsmaatregelen en/of duurzame energievoorziening en/of efficiënte inzet van fossiele energie, in deze volgorde van belangrijkheid; optimaal betekent hier een zo laag mogelijke meerinvestering, met als resultaat concepten die trendsettend zijn voor de ontwikkelingen van de bouwmarkt op middellange termijn;
onder besparingsmaatregelen worden tevens maatregelen verstaan die betrekking hebben op energieverbruik voor apparatuur en verlichting;
de energiezuinige concepten moeten betrekking hebben op projecten met een reëel uitzicht op het realiseren daarvan;
concepten dienen te worden ontwikkeld in relatie tot de autonome vervangings- en onderhoudscycli en veranderende functionele eisen aan gebouwen en bouwdelen.