BWBR0011340
Geldig vanaf 2000-05-14
Artikel 2
Uitvoeringsregeling BSE 2000-II
1. Er is een Adviescommissie Tender Gebruiksgedrag die tot taak heeft Novem B.V. op haar verzoek te adviseren omtrent aanvragen in het kader van het in bijlage 1, onder A opgenomen onderdeel E. (ENTER) van het programma.
2. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste vier en ten hoogste acht andere leden.
3. De voorzitter en de leden worden door de Minister van Economische Zaken voor een termijn van ten hoogste drie jaar benoemd. Zij zijn te allen tijde opnieuw benoembaar.
4. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.
5. Een lid van de commissie neemt niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies, indien hij een persoonlijk belang heeft bij de beschikking op de aanvraag.
6. De Minister van Economische Zaken kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van de commissie bij te wonen.
7. De commissie verstrekt desgevraagd aan de Minister van Economische Zaken de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De Minister van Economische Zaken kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voorzover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
8. De commissie stelt jaarlijks voor 1 april een verslag op van haar werkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar. Op verzoek van de Minister van Economische Zaken, maar ten minste elk vierde jaar, stelt de commissie tevens een evaluatieverslag op, waarin zij aandacht besteedt aan de doelmatigheid en de doeltreffendheid van haar taakvervulling. Het jaarverslag en het evaluatieverslag worden aan de Minister van Economische Zaken toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld.
9. In het secretariaat van de commissie wordt door Novem B.V. voorzien.
10. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij Novem B.V. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie opgeslagen in het archief van Novem B.V.
2. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste vier en ten hoogste acht andere leden.
3. De voorzitter en de leden worden door de Minister van Economische Zaken voor een termijn van ten hoogste drie jaar benoemd. Zij zijn te allen tijde opnieuw benoembaar.
4. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.
5. Een lid van de commissie neemt niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies, indien hij een persoonlijk belang heeft bij de beschikking op de aanvraag.
6. De Minister van Economische Zaken kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van de commissie bij te wonen.
7. De commissie verstrekt desgevraagd aan de Minister van Economische Zaken de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De Minister van Economische Zaken kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voorzover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
8. De commissie stelt jaarlijks voor 1 april een verslag op van haar werkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar. Op verzoek van de Minister van Economische Zaken, maar ten minste elk vierde jaar, stelt de commissie tevens een evaluatieverslag op, waarin zij aandacht besteedt aan de doelmatigheid en de doeltreffendheid van haar taakvervulling. Het jaarverslag en het evaluatieverslag worden aan de Minister van Economische Zaken toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld.
9. In het secretariaat van de commissie wordt door Novem B.V. voorzien.
10. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij Novem B.V. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie opgeslagen in het archief van Novem B.V.