BWBR0011088
Geldig vanaf 2000-01-23
Artikel 9
Besluit ontslaguitkering substantieel bezwarende functies
1. De betrokkene is verplicht van het ter hand nemen van enige arbeid of bedrijf terstond mededeling te doen aan de Minister onder opgave, voor zover mogelijk, van de inkomsten, die hij uit die werkzaamheden zal genieten.
2. Zijn de inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf niet vooraf op te geven, dan doet hij tijdig vóór het verschijnen van elke uitkeringstermijn opgave van de inkomsten, die hij sinds het ter hand nemen van de werkzaamheden of sinds de vorige opgave heeft genoten.
3. De Minister geeft nadere regels aangaande het doen van mededelingen door de betrokkene met betrekking tot de inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.
4. Brengt de aard van de werkzaamheden of van de inkomsten mee, dat de inkomsten over een langere termijn moeten worden berekend, dan geschiedt de opgave dienovereenkomstig en wordt op de uitkering een vermindering toegepast van een voorlopig vastgesteld bedrag onder voorbehoud van verrekening aan het einde van de evenbedoelde termijn.
5. Ten aanzien van de verrekening, bedoeld in het voorgaande lid, is artikel 7, eerste lid, van toepassing, met dien verstande, dat zij geschiedt over de in het voorgaande lid bedoelde langere termijn in plaats van over iedere maand afzonderlijk.
6. De Minister kan bij de vaststelling van het bedrag van de vermindering van de opgave van de betrokkene afwijken.
7. De voorgaande leden vinden overeenkomstige toepassing ten aanzien van de arbeid of bedrijf en de inkomsten daaruit, bedoeld in artikel 7, tweede en derde lid.
8. De betrokkene aan wie de uitkering is toegekend, wordt door het aanvaarden van de uitkering geacht erin toe te stemmen, dat allen, die daarvoor naar het oordeel van de Minister in aanmerking komen, omtrent zijn omstandigheden alle inlichtingen geven, welke voor de uitvoering van dit besluit noodzakelijk zijn.
2. Zijn de inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf niet vooraf op te geven, dan doet hij tijdig vóór het verschijnen van elke uitkeringstermijn opgave van de inkomsten, die hij sinds het ter hand nemen van de werkzaamheden of sinds de vorige opgave heeft genoten.
3. De Minister geeft nadere regels aangaande het doen van mededelingen door de betrokkene met betrekking tot de inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.
4. Brengt de aard van de werkzaamheden of van de inkomsten mee, dat de inkomsten over een langere termijn moeten worden berekend, dan geschiedt de opgave dienovereenkomstig en wordt op de uitkering een vermindering toegepast van een voorlopig vastgesteld bedrag onder voorbehoud van verrekening aan het einde van de evenbedoelde termijn.
5. Ten aanzien van de verrekening, bedoeld in het voorgaande lid, is artikel 7, eerste lid, van toepassing, met dien verstande, dat zij geschiedt over de in het voorgaande lid bedoelde langere termijn in plaats van over iedere maand afzonderlijk.
6. De Minister kan bij de vaststelling van het bedrag van de vermindering van de opgave van de betrokkene afwijken.
7. De voorgaande leden vinden overeenkomstige toepassing ten aanzien van de arbeid of bedrijf en de inkomsten daaruit, bedoeld in artikel 7, tweede en derde lid.
8. De betrokkene aan wie de uitkering is toegekend, wordt door het aanvaarden van de uitkering geacht erin toe te stemmen, dat allen, die daarvoor naar het oordeel van de Minister in aanmerking komen, omtrent zijn omstandigheden alle inlichtingen geven, welke voor de uitvoering van dit besluit noodzakelijk zijn.