BWBR0011052
Geldig vanaf 2000-01-22
Artikel 5
Regeling ondersteuning herstructurering kunstonderwijs hbo 2000-2004
1. Met inachtneming van het jaarlijkse subsidieplafond, bedoeld in artikel 4, eerste lid, wordt het subsidiebedrag per hogeschool berekend op basis van het aantal onderwijsvragende studenten voor het begrotingsjaar 2000 overeenkomstig deel B.3 van de bijlage bij de Regeling bekostiging Hoger Onderwijs, met dien verstande dat het subsidiebedrag voor de opleidingen expressie door woord en gebaar wordt berekend op basis van het aantal ingeschreven studenten voor deze opleidingen op de teldatum 1 oktober 1998 overeenkomstig het Centraal register inschrijving hoger onderwijs naar de stand van juli 1999, met inachtneming van het bekostigingsniveau dat van toepassing is op de voornoemde opleidingen volgens artikel 3.3, tweede lid en artikel 5.4 van de Regeling bekostiging Hoger Onderwijs.
2. Een hogeschool heeft ten hoogste aanspraak op een subsidiebedrag, zoals voor deze hogeschool voor het desbetreffende jaar is genoemd in de bijlage bij deze regeling.
2. Een hogeschool heeft ten hoogste aanspraak op een subsidiebedrag, zoals voor deze hogeschool voor het desbetreffende jaar is genoemd in de bijlage bij deze regeling.