BWBR0010809
Geldig vanaf 06-11-1999
Artikel 3
Vrijstellingsregeling artikel 2 Diergeneesmiddelenwet 1999
1. In afwijking van artikel 2, eerste lid, van de wet mogen dierenartsen de in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, bedoelde middelen voorhanden of in voorraad hebben met het oog op de in dat onderdeel bedoelde toepassing. De voorraad moet in redelijke verhouding staan tot de omvang van het dierenbestand van de praktijk van de betreffende dierenarts.
2. In afwijking van artikel 2, eerste lid, van de wet mogen dierenartsen de in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, bedoelde middelen voorhanden hebben ten behoeve van de in artikel 2 bedoelde toepassing.
3. In afwijking van artikel 2, eerste lid, van de wet mogen apothekers middelen, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, voorhanden of in voorraad hebben of afleveren aan dierenartsen ten behoeve van de in artikel 2 bedoelde toepassing.
4. In afwijking van artikel 2, eerste lid, van de wet mogen apothekers middelen, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, voorhanden hebben of afleveren aan dierenartsen ten behoeve van de in artikel 2 bedoelde toepassing.
2. In afwijking van artikel 2, eerste lid, van de wet mogen dierenartsen de in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, bedoelde middelen voorhanden hebben ten behoeve van de in artikel 2 bedoelde toepassing.
3. In afwijking van artikel 2, eerste lid, van de wet mogen apothekers middelen, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, voorhanden of in voorraad hebben of afleveren aan dierenartsen ten behoeve van de in artikel 2 bedoelde toepassing.
4. In afwijking van artikel 2, eerste lid, van de wet mogen apothekers middelen, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, voorhanden hebben of afleveren aan dierenartsen ten behoeve van de in artikel 2 bedoelde toepassing.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0010809
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl