BWBR0010809
Geldig vanaf 2004-12-15
Artikel 3
Vrijstellingsregeling artikel 2 Diergeneesmiddelenwet 1999
1. In afwijking van artikel 2, eerste lid, van de wetmogen dierenartsen de in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, bedoelde middelen voorhanden of in voorraad hebben met het oog op de in dat onderdeel bedoelde toepassing. De voorraad moet in redelijke verhouding staan tot de omvang van het dierenbestand van de praktijk van de betreffende dierenarts.
2. In afwijking van artikel 2, eerste lid, van de wetmogen dierenartsen de in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, bedoelde middelen voorhanden hebben ten behoeve van de in artikel 2bedoelde toepassing.
3. In afwijking van artikel 2, eerste lid, van de wetmogen apothekers middelen, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, voorhanden of in voorraad hebben of afleveren aan dierenartsen ten behoeve van de in artikel 2bedoelde toepassing.
4. In afwijking van artikel 2, eerste lid, van de wetmogen apothekers middelen, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, voorhanden hebben of afleveren aan dierenartsen ten behoeve van de in artikel 2bedoelde toepassing.
2. In afwijking van artikel 2, eerste lid, van de wetmogen dierenartsen de in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, bedoelde middelen voorhanden hebben ten behoeve van de in artikel 2bedoelde toepassing.
3. In afwijking van artikel 2, eerste lid, van de wetmogen apothekers middelen, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, voorhanden of in voorraad hebben of afleveren aan dierenartsen ten behoeve van de in artikel 2bedoelde toepassing.
4. In afwijking van artikel 2, eerste lid, van de wetmogen apothekers middelen, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, voorhanden hebben of afleveren aan dierenartsen ten behoeve van de in artikel 2bedoelde toepassing.