BWBR0010776
Geldig vanaf 1999-11-13
Artikel 4
Instellingsbesluit Commissie schadebeoordeling beleidslijn ’Ruimte voor de rivier’
1. De commissie heeft tot taak:
a. de raad van de gemeente, waarin zulks bij verordening is bepaald, van advies te dienen over de door hem ingevolge artikel 6.1 van de Wet aan een belanghebbende op diens verzoek toe te kennen vergoeding van de schade als gevolg van: 1. e de wijziging van bepalingen van een bestemmingsplan welke wijzigingen leiden tot het teniet gaan van bouwmogelijkheden die voor 1 februari 1995 in het betreffende bestemmingsplan vastlagen of als gevolg van een ander in dit wetsartikel genoemd besluit, welke bepalingen of welk besluit uitsluitend een gevolg zijn van de tenuitvoerlegging van de Beleidslijn;
2. e de wijziging van een bestemmingsplan in het kader van de Beleidslijn, dat op of na 1 februari 1995 van kracht werd, mits de Provinciale Planologische Commissie heeft ingestemd met die wijziging;
1. e de wijziging van bepalingen van een bestemmingsplan welke wijzigingen leiden tot het teniet gaan van bouwmogelijkheden die voor 1 februari 1995 in het betreffende bestemmingsplan vastlagen of als gevolg van een ander in dit wetsartikel genoemd besluit, welke bepalingen of welk besluit uitsluitend een gevolg zijn van de tenuitvoerlegging van de Beleidslijn;
2. e de wijziging van een bestemmingsplan in het kader van de Beleidslijn, dat op of na 1 februari 1995 van kracht werd, mits de Provinciale Planologische Commissie heeft ingestemd met die wijziging;
b. de Minister van advies te dienen over de door hem op verzoek van een gemeente te nemen beslissing over de aan die gemeente te vergoeden kosten, bedoeld onder a., voorzover de commissie terzake geen advies aan de gemeenteraad heeft uitgebracht;
c. de Minister van advies te dienen over de door hem op verzoek van een gemeente te nemen beslissing over de door hem aan die gemeente te vergoeden hogere kosten, voor zover die kosten voor de gemeente een gevolg zijn van in een bestemmingsplan opgenomen nieuwe of gewijzigde bepalingen ter uitvoering van de Beleidslijn welke bepalingen hebben geleid tot het teniet gaan van bouwmogelijkheden die voor 1 februari 1995 in het betreffende bestemmingsplan vastlagen;
d. de Minister van advies te dienen over een rechtstreeks aan hem gericht verzoek tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt of zal lijden omdat de gemeente schriftelijk vastgelegde toezeggingen of privaatrechtelijke overeenkomsten tengevolge van de Beleidslijn niet meer kan nakomen, welke toezeggingen of overeenkomsten niet zijn gedaan of aangegaan op basis van een geldend bestemmingsplan, of over andere gevallen van schade in het kader van de Beleidslijn.
2. In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onder d, adviseert de commissie de minister mede ten aanzien van de vraag of hij gelet op het schrijnende karakter van het geval het verzoek in beschouwing zou moeten nemen.
a. de raad van de gemeente, waarin zulks bij verordening is bepaald, van advies te dienen over de door hem ingevolge artikel 6.1 van de Wet aan een belanghebbende op diens verzoek toe te kennen vergoeding van de schade als gevolg van: 1. e de wijziging van bepalingen van een bestemmingsplan welke wijzigingen leiden tot het teniet gaan van bouwmogelijkheden die voor 1 februari 1995 in het betreffende bestemmingsplan vastlagen of als gevolg van een ander in dit wetsartikel genoemd besluit, welke bepalingen of welk besluit uitsluitend een gevolg zijn van de tenuitvoerlegging van de Beleidslijn;
2. e de wijziging van een bestemmingsplan in het kader van de Beleidslijn, dat op of na 1 februari 1995 van kracht werd, mits de Provinciale Planologische Commissie heeft ingestemd met die wijziging;
1. e de wijziging van bepalingen van een bestemmingsplan welke wijzigingen leiden tot het teniet gaan van bouwmogelijkheden die voor 1 februari 1995 in het betreffende bestemmingsplan vastlagen of als gevolg van een ander in dit wetsartikel genoemd besluit, welke bepalingen of welk besluit uitsluitend een gevolg zijn van de tenuitvoerlegging van de Beleidslijn;
2. e de wijziging van een bestemmingsplan in het kader van de Beleidslijn, dat op of na 1 februari 1995 van kracht werd, mits de Provinciale Planologische Commissie heeft ingestemd met die wijziging;
b. de Minister van advies te dienen over de door hem op verzoek van een gemeente te nemen beslissing over de aan die gemeente te vergoeden kosten, bedoeld onder a., voorzover de commissie terzake geen advies aan de gemeenteraad heeft uitgebracht;
c. de Minister van advies te dienen over de door hem op verzoek van een gemeente te nemen beslissing over de door hem aan die gemeente te vergoeden hogere kosten, voor zover die kosten voor de gemeente een gevolg zijn van in een bestemmingsplan opgenomen nieuwe of gewijzigde bepalingen ter uitvoering van de Beleidslijn welke bepalingen hebben geleid tot het teniet gaan van bouwmogelijkheden die voor 1 februari 1995 in het betreffende bestemmingsplan vastlagen;
d. de Minister van advies te dienen over een rechtstreeks aan hem gericht verzoek tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt of zal lijden omdat de gemeente schriftelijk vastgelegde toezeggingen of privaatrechtelijke overeenkomsten tengevolge van de Beleidslijn niet meer kan nakomen, welke toezeggingen of overeenkomsten niet zijn gedaan of aangegaan op basis van een geldend bestemmingsplan, of over andere gevallen van schade in het kader van de Beleidslijn.
2. In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onder d, adviseert de commissie de minister mede ten aanzien van de vraag of hij gelet op het schrijnende karakter van het geval het verzoek in beschouwing zou moeten nemen.