1. De minister stelt de commissie, al dan niet op verzoek, de gegevens ter beschikking die nodig zijn voor een goede uitoefening van haar taak.
Artikel 4 van de Wet openbaarheid van bestuuris van overeenkomstige toepassing.
2. De verzoeker verschaft de commissie de gegevens en bescheiden die voor de advisering nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
3. De commissie kan inlichtingen en adviezen inwinnen bij derden, daaronder begrepen ambtenaren werkzaam onder verantwoordelijkheid van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Indien met het verstrekken van inlichtingen of het verlenen van adviezen door derden kosten gemoeid zijn, oefent de commissie deze bevoegdheid eerst uit na instemming van de Minister.
4. De commissie kan een plaatsopneming houden, indien zij dat nodig acht. Een plaatsopneming wordt gelijk gesteld met een vergadering van de commissie.
5. De commissie archiveert de bescheiden overeenkomstig de bij of krachtens de
Archiefwet 1995gestelde regels. De commissie draagt haar archief na de beëindiging van haar werkzaamheden over aan de Minister.