BWBR0010773
Geldig vanaf 2000-04-01
Artikel 16
Besluit voorzieningen Remigratiewet
1. Met ingang van de eerste dag van de tweede maand, volgend op de maand van overlijden van een kind dan wel met ingang van de eerste dag van de maand, volgend op de maand waarin een kind niet langer minderjarig is, vervalt zijn evenredig deel van het recht op de helft van de voorzieningen, bedoeld in artikel 5, derde lid, van de wet.
2. Na het overlijden van de kinderen, bedoeld in het eerste lid, worden de nog verschuldigde voorzieningen verstrekt aan de persoon of personen die daarvoor naar het oordeel van de SVB op billijkheidsoverwegingen in aanmerking komt, onderscheidenlijk komen, mits deze binnen zes maanden na het overlijden een daartoe strekkend verzoek bij de SVB heeft, onderscheidenlijk hebben ingediend.
2. Na het overlijden van de kinderen, bedoeld in het eerste lid, worden de nog verschuldigde voorzieningen verstrekt aan de persoon of personen die daarvoor naar het oordeel van de SVB op billijkheidsoverwegingen in aanmerking komt, onderscheidenlijk komen, mits deze binnen zes maanden na het overlijden een daartoe strekkend verzoek bij de SVB heeft, onderscheidenlijk hebben ingediend.