BWBR0010740
Geldig vanaf 1999-10-01
Artikel 7
Regeling eisen cockpitpersoneel en luchtverkeersdienstverleningspersoneel krijgsmacht
Personeel, belast met het geven van radarnaderingsluchtverkeersleiding, voldoet aan de volgende eisen:
a. Theoretische bekwaamheid: 1. de eisen, genoemd in artikel 4, onderdeel a, sub 1° tot en met 4°;
2. grondige kennis van het samenstel van procedures die moeten worden gebruikt bij het geven van radarluchtverkeersleiding bij een naderingsluchtverkeersleidingsdienst onder alle weersomstandigheden.
1. de eisen, genoemd in artikel 4, onderdeel a, sub 1° tot en met 4°;
2. grondige kennis van het samenstel van procedures die moeten worden gebruikt bij het geven van radarluchtverkeersleiding bij een naderingsluchtverkeersleidingsdienst onder alle weersomstandigheden.
b. Praktische bekwaamheid: 1. goede bedrevenheid in het zelfstandig leiden en controleren van het luchtverkeer door het geven van radarnaderingsluchtverkeersleiding onder alle weersomstandigheden;
2. goede bedrevenheid in het gebruik van de radiotelefonieprocedures.
1. goede bedrevenheid in het zelfstandig leiden en controleren van het luchtverkeer door het geven van radarnaderingsluchtverkeersleiding onder alle weersomstandigheden;
2. goede bedrevenheid in het gebruik van de radiotelefonieprocedures.
a. Theoretische bekwaamheid: 1. de eisen, genoemd in artikel 4, onderdeel a, sub 1° tot en met 4°;
2. grondige kennis van het samenstel van procedures die moeten worden gebruikt bij het geven van radarluchtverkeersleiding bij een naderingsluchtverkeersleidingsdienst onder alle weersomstandigheden.
1. de eisen, genoemd in artikel 4, onderdeel a, sub 1° tot en met 4°;
2. grondige kennis van het samenstel van procedures die moeten worden gebruikt bij het geven van radarluchtverkeersleiding bij een naderingsluchtverkeersleidingsdienst onder alle weersomstandigheden.
b. Praktische bekwaamheid: 1. goede bedrevenheid in het zelfstandig leiden en controleren van het luchtverkeer door het geven van radarnaderingsluchtverkeersleiding onder alle weersomstandigheden;
2. goede bedrevenheid in het gebruik van de radiotelefonieprocedures.
1. goede bedrevenheid in het zelfstandig leiden en controleren van het luchtverkeer door het geven van radarnaderingsluchtverkeersleiding onder alle weersomstandigheden;
2. goede bedrevenheid in het gebruik van de radiotelefonieprocedures.