BWBR0010740
Geldig vanaf 1999-10-01
Artikel 1a
Regeling eisen cockpitpersoneel en luchtverkeersdienstverleningspersoneel krijgsmacht
Personen, belast met het op afstand bedienen van onbemande luchtvaartuigen van de krijgsmacht, voldoen aan de volgende eisen:
a. Theoretische bekwaamheid: 1. grondige kennis van de vakken, meteorologie, vliegtuigen, navigatie en luchtvaartvoorschriften;
2. grondige kennis van de inrichting en bediening van de mechanische, elektrische en elektronische installaties van het onbemande luchtvaartuig, alsmede de apparatuur ten behoeve van de bediening op afstand;
3. grondige kennis van de wijze waarop operaties door onbemande luchtvaartuigen worden uitgevoerd;
4. grondige kennis inzake het veilig opereren met onbemande luchtvaartuigen;
5. grondige kennis met betrekking tot het uitvoeren van noodprocedures.
1. grondige kennis van de vakken, meteorologie, vliegtuigen, navigatie en luchtvaartvoorschriften;
2. grondige kennis van de inrichting en bediening van de mechanische, elektrische en elektronische installaties van het onbemande luchtvaartuig, alsmede de apparatuur ten behoeve van de bediening op afstand;
3. grondige kennis van de wijze waarop operaties door onbemande luchtvaartuigen worden uitgevoerd;
4. grondige kennis inzake het veilig opereren met onbemande luchtvaartuigen;
5. grondige kennis met betrekking tot het uitvoeren van noodprocedures.
b. Praktische bekwaamheid: 1. goede bedrevenheid in de allesomvattende behandeling onder alle omstandigheden van het onbemande luchtvaartuig waarmee wordt gevlogen en zijn uitrusting;
2. goede bedrevenheid in het bedienen van het onbemande luchtvaartuig waarmee wordt gevlogen met behulp van apparatuur ten behoeve van de bediening op afstand;
3. goede bedrevenheid in het uitvoeren van noodprocedures;
4. het gedurende vijf vlieguren bedienen van een eenmotorig vliegtuig tot 2000 kilogram onder leiding van een instructeur.
1. goede bedrevenheid in de allesomvattende behandeling onder alle omstandigheden van het onbemande luchtvaartuig waarmee wordt gevlogen en zijn uitrusting;
2. goede bedrevenheid in het bedienen van het onbemande luchtvaartuig waarmee wordt gevlogen met behulp van apparatuur ten behoeve van de bediening op afstand;
3. goede bedrevenheid in het uitvoeren van noodprocedures;
4. het gedurende vijf vlieguren bedienen van een eenmotorig vliegtuig tot 2000 kilogram onder leiding van een instructeur.
a. Theoretische bekwaamheid: 1. grondige kennis van de vakken, meteorologie, vliegtuigen, navigatie en luchtvaartvoorschriften;
2. grondige kennis van de inrichting en bediening van de mechanische, elektrische en elektronische installaties van het onbemande luchtvaartuig, alsmede de apparatuur ten behoeve van de bediening op afstand;
3. grondige kennis van de wijze waarop operaties door onbemande luchtvaartuigen worden uitgevoerd;
4. grondige kennis inzake het veilig opereren met onbemande luchtvaartuigen;
5. grondige kennis met betrekking tot het uitvoeren van noodprocedures.
1. grondige kennis van de vakken, meteorologie, vliegtuigen, navigatie en luchtvaartvoorschriften;
2. grondige kennis van de inrichting en bediening van de mechanische, elektrische en elektronische installaties van het onbemande luchtvaartuig, alsmede de apparatuur ten behoeve van de bediening op afstand;
3. grondige kennis van de wijze waarop operaties door onbemande luchtvaartuigen worden uitgevoerd;
4. grondige kennis inzake het veilig opereren met onbemande luchtvaartuigen;
5. grondige kennis met betrekking tot het uitvoeren van noodprocedures.
b. Praktische bekwaamheid: 1. goede bedrevenheid in de allesomvattende behandeling onder alle omstandigheden van het onbemande luchtvaartuig waarmee wordt gevlogen en zijn uitrusting;
2. goede bedrevenheid in het bedienen van het onbemande luchtvaartuig waarmee wordt gevlogen met behulp van apparatuur ten behoeve van de bediening op afstand;
3. goede bedrevenheid in het uitvoeren van noodprocedures;
4. het gedurende vijf vlieguren bedienen van een eenmotorig vliegtuig tot 2000 kilogram onder leiding van een instructeur.
1. goede bedrevenheid in de allesomvattende behandeling onder alle omstandigheden van het onbemande luchtvaartuig waarmee wordt gevlogen en zijn uitrusting;
2. goede bedrevenheid in het bedienen van het onbemande luchtvaartuig waarmee wordt gevlogen met behulp van apparatuur ten behoeve van de bediening op afstand;
3. goede bedrevenheid in het uitvoeren van noodprocedures;
4. het gedurende vijf vlieguren bedienen van een eenmotorig vliegtuig tot 2000 kilogram onder leiding van een instructeur.