BWBR0010677
Geldig vanaf 1999-09-03
Artikel 8
Aanvullend luchthavenreglement luchthaven Maastricht
1. Bij invallende duisternis of bij afnemend zicht en na beëindiging van de werkzaamheden, wordt het landingsterrein onmiddellijk verlaten, tenzij met de havenmeester of de airport dutymanager anders is overeengekomen.
2. Het is, behoudens toestemming van de havenmeester of de airport dutymanager, verboden om brandgevaarlijke werkzaamheden te verrichten binnen een afstand van 20 meter van een vliegtuig of van een opslagplaats voor vliegtuig en andere brandstoffen;
3. De havenmeester of de airport dutymanager kunnen, indien de goede orde en veiligheid zulks vereisen, te allen tijde een activiteit laten onderbreken of stopzetten.
4. Beschadiging van het terreinoppervlak, de daarop geplaatste installaties of voorzieningen, waardoor enig gevaar of schade voor luchtvaartuigen kan ontstaan, wordt onverwijld door of vanwege de veroorzaker ter kennis van de havenmeester of de airport dutymanager gebracht.
5. Obstakels, gereedschappen, voertuigen of materialen worden niet geplaatst of achtergelaten, anders dan op de door de havenmeester of de airport dutymanager aangewezen gedeelten van het landingsterrein.
6. Alle meegevoerde of gebezigde voertuigen, gereedschappen of materialen moeten op het landingsterrein zijn voorzien van een helder rode of roodwit geblokte vlag en een geel zwaailicht, conform de voorschriften terzake.
7. Onverminderd ieders persoonlijke verantwoordelijkheid is de opdrachtgever tot het uitvoeren van de werkzaamheden verantwoordelijk voor de nakoming van het bepaalde in dit artikel, tenzij door hem kan worden aangetoond, dat hij de nodige inlichtingen en middelen heeft verstrekt voor een juiste naleving.
2. Het is, behoudens toestemming van de havenmeester of de airport dutymanager, verboden om brandgevaarlijke werkzaamheden te verrichten binnen een afstand van 20 meter van een vliegtuig of van een opslagplaats voor vliegtuig en andere brandstoffen;
3. De havenmeester of de airport dutymanager kunnen, indien de goede orde en veiligheid zulks vereisen, te allen tijde een activiteit laten onderbreken of stopzetten.
4. Beschadiging van het terreinoppervlak, de daarop geplaatste installaties of voorzieningen, waardoor enig gevaar of schade voor luchtvaartuigen kan ontstaan, wordt onverwijld door of vanwege de veroorzaker ter kennis van de havenmeester of de airport dutymanager gebracht.
5. Obstakels, gereedschappen, voertuigen of materialen worden niet geplaatst of achtergelaten, anders dan op de door de havenmeester of de airport dutymanager aangewezen gedeelten van het landingsterrein.
6. Alle meegevoerde of gebezigde voertuigen, gereedschappen of materialen moeten op het landingsterrein zijn voorzien van een helder rode of roodwit geblokte vlag en een geel zwaailicht, conform de voorschriften terzake.
7. Onverminderd ieders persoonlijke verantwoordelijkheid is de opdrachtgever tot het uitvoeren van de werkzaamheden verantwoordelijk voor de nakoming van het bepaalde in dit artikel, tenzij door hem kan worden aangetoond, dat hij de nodige inlichtingen en middelen heeft verstrekt voor een juiste naleving.