BWBR0010677
Geldig vanaf 1999-09-03
Artikel 21
Aanvullend luchthavenreglement luchthaven Maastricht
1. Het tanken van een vliegtuig met passagiers aan boord is niet toegestaan:
a. zonder toestemming van de gezagvoerder en de exploitant;
b. indien het vliegtuig een capaciteit heeft van 19 of minder passagiers;
c. over de vleugel van het vliegtuig heen;
d. met kerosine Jet B, AVGAS of MOGAS;
e. indien tussen het personeel aan boord van het vliegtuig en het grondpersoneel niet een communicatieverbinding is gemaakt;
f. indien niet minstens twee uitgangen zijn aangewezen die aangesloten zijn op een passagierstrap of een passagiersbrug of met een glijgoot zijn uitgerust en in het laatste geval bij deze uitgangen gedurende het tanken geen gekwalificeerd personeel aanwezig is;
g. indien de aangewezen uitgangen en vluchtroutes op het platform worden geblokkeerd;
h. indien aan de passagiers niet is meegedeeld dat: 1°. zij op hun plaatsen moeten blijven zitten, tenzij zij in- of uitstappen;
2°. de veiligheidsriemen ontkoppeld moeten zijn;
3°. zij geen handelingen mogen verrichten, waarbij een vonk of open vuur ontstaat of zou kunnen ontstaan;
1°. zij op hun plaatsen moeten blijven zitten, tenzij zij in- of uitstappen;
2°. de veiligheidsriemen ontkoppeld moeten zijn;
3°. zij geen handelingen mogen verrichten, waarbij een vonk of open vuur ontstaat of zou kunnen ontstaan;
i. tijdens het tanken in het vliegtuig de minimum verlichting niet is ontstoken;
j. indien de voor het tanken verantwoordelijke persoon niet op de hoogte is van het feit dat er passagiers aan boord zijn of in- of uitstappen.
2. Het is verboden bij te tanken, wanneer de passagierstrappen zijn verwijderd, tenzij:
a. al het laad-, los- of bevoorradingsmaterieel is verwijderd;
b. tussen cockpit en grondpersoneel ’lijnverbinding’ is gemaakt;
c. bij elke deur die met een glijgoot is uitgerust gekwalificeerd cabinepersoneel aanwezig is, en
d. een brandweervoertuig met bemanning onmiddellijk inzetbaar stand by staat in de directe omgeving van het vliegtuig.
a. zonder toestemming van de gezagvoerder en de exploitant;
b. indien het vliegtuig een capaciteit heeft van 19 of minder passagiers;
c. over de vleugel van het vliegtuig heen;
d. met kerosine Jet B, AVGAS of MOGAS;
e. indien tussen het personeel aan boord van het vliegtuig en het grondpersoneel niet een communicatieverbinding is gemaakt;
f. indien niet minstens twee uitgangen zijn aangewezen die aangesloten zijn op een passagierstrap of een passagiersbrug of met een glijgoot zijn uitgerust en in het laatste geval bij deze uitgangen gedurende het tanken geen gekwalificeerd personeel aanwezig is;
g. indien de aangewezen uitgangen en vluchtroutes op het platform worden geblokkeerd;
h. indien aan de passagiers niet is meegedeeld dat: 1°. zij op hun plaatsen moeten blijven zitten, tenzij zij in- of uitstappen;
2°. de veiligheidsriemen ontkoppeld moeten zijn;
3°. zij geen handelingen mogen verrichten, waarbij een vonk of open vuur ontstaat of zou kunnen ontstaan;
1°. zij op hun plaatsen moeten blijven zitten, tenzij zij in- of uitstappen;
2°. de veiligheidsriemen ontkoppeld moeten zijn;
3°. zij geen handelingen mogen verrichten, waarbij een vonk of open vuur ontstaat of zou kunnen ontstaan;
i. tijdens het tanken in het vliegtuig de minimum verlichting niet is ontstoken;
j. indien de voor het tanken verantwoordelijke persoon niet op de hoogte is van het feit dat er passagiers aan boord zijn of in- of uitstappen.
2. Het is verboden bij te tanken, wanneer de passagierstrappen zijn verwijderd, tenzij:
a. al het laad-, los- of bevoorradingsmaterieel is verwijderd;
b. tussen cockpit en grondpersoneel ’lijnverbinding’ is gemaakt;
c. bij elke deur die met een glijgoot is uitgerust gekwalificeerd cabinepersoneel aanwezig is, en
d. een brandweervoertuig met bemanning onmiddellijk inzetbaar stand by staat in de directe omgeving van het vliegtuig.