BWBR0010630
Geldig vanaf 1999-08-27
Artikel 2
Uitvoeringsbesluit Wet SLOA
1. De begroting, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de wet, die de subsidieaanvraag vergezelt, gaat uit van een opstelling per project, en bevat voor ieder project naast het in dat lid bedoelde overzicht van geraamde inkomsten en uitgaven in ieder geval:
a. een overzicht waarin de begroting wordt vergeleken met de begroting van het lopende kalenderjaar, en
b. een meerjarenbegroting, waaronder begrepen het jaar waarop de in de aanhef bedoelde begroting betrekking heeft, indien een project, met inbegrip van het jaar waarop de begroting betrekking heeft, langer dan een kalenderjaar duurt.
2. Indien een project, met inbegrip van het jaar waarop de begroting betrekking heeft, langer dan een kalenderjaar duurt, omvat de meerjarenbegroting, voorzover het dat project betreft, de gehele periode die het project duurt.
3. Voorzover de subsidieaanvrager voor dezelfde begrote uitgaven tevens financiële middelen heeft aangevraagd of gaat aanvragen bij derden, doet hij daarvan mededeling in de subsidieaanvraag, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen.
4. Onze Minister kan besluiten de subsidieaanvraag niet te behandelen indien na een verzoek tot aanvulling van de aanvraag als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van de wet, vier weken zijn verstreken.
a. een overzicht waarin de begroting wordt vergeleken met de begroting van het lopende kalenderjaar, en
b. een meerjarenbegroting, waaronder begrepen het jaar waarop de in de aanhef bedoelde begroting betrekking heeft, indien een project, met inbegrip van het jaar waarop de begroting betrekking heeft, langer dan een kalenderjaar duurt.
2. Indien een project, met inbegrip van het jaar waarop de begroting betrekking heeft, langer dan een kalenderjaar duurt, omvat de meerjarenbegroting, voorzover het dat project betreft, de gehele periode die het project duurt.
3. Voorzover de subsidieaanvrager voor dezelfde begrote uitgaven tevens financiële middelen heeft aangevraagd of gaat aanvragen bij derden, doet hij daarvan mededeling in de subsidieaanvraag, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen.
4. Onze Minister kan besluiten de subsidieaanvraag niet te behandelen indien na een verzoek tot aanvulling van de aanvraag als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van de wet, vier weken zijn verstreken.