1. De melding door de Minister van Verkeer en Waterstaat, bedoeld in
artikel 29, eerste en tweede lid, van de wetbevat zoveel van de hierna bedoelde gegevens als gemakkelijk beschikbaar zijn, met dien verstande dat de verzending niet mag worden vertraagd als gevolg van het ontbreken van gegevens:
a. in geval van een ongeval de identificerende ACCID-afkorting en in geval van een ernstig incident de INCID-afkorting;
b. de fabrikant, het model, de nationaliteit en het registratieteken, alsmede het serienummer van het betrokken luchtvaartuig;
c. de naam van de eigenaar, de exploitant en, indien van toepassing, de huurder van het betrokken luchtvaartuig:
d. de naam van de gezagvoerder van het betrokken luchtvaartuig;
e. de datum en de tijd van het ongeval of het ernstige incident;
f. het laatste vertrekpunt en het beoogde landingspunt van het betrokken luchtvaartuig;
g. de positie van het betrokken luchtvaartuig met aanduiding van een gemakkelijk te herkennen geografisch punt en de geografische lengte en breedte;
h. het aantal bemanningsleden en passagiers dat aan boord is, dat is omgekomen en dat ernstig is gewond; het aantal overige personen dat is omgekomen of ernstig is gewond;
i. de aard van het ongeval of het ernstige incident en de omvang van de schade aan het luchtvaartuig, voor zover deze bekend is;
j. een aanduiding in welke mate het onderzoek zal worden gehouden of wordt voorgesteld te worden gehouden door de staat waar het ongeval of ernstige incident heeft plaatsgevonden;
k. de fysische karakteristieken van het gebied waar het ongeval of het ernstige incident heeft plaatsgevonden;
l. de aanduiding van de instantie die de melding geeft.
2. De melding door de Minister van Verkeer en Waterstaat, bedoeld in
artikel 29, eerste en tweede lid, van de wetgeschiedt in duidelijke bewoordingen. Zij wordt gesteld in een van de werktalen van de internationale burgerluchtvaartorganisatie, waarbij rekening wordt gehouden met de taal van de ontvanger of ontvangers voor zover dit mogelijk is zonder overmatige vertraging op te lopen.
3. De melding door de Minister van Verkeer en Waterstaat, bedoeld in
artikel 29, eerste en tweede lid, van de wet, geschiedt met behulp van de meest geschikte en snelste middelen die beschikbaar zijn.
4. Bijzonderheden die zijn weggelaten uit een melding van de Minister van Verkeer en Waterstaat als bedoeld in
artikel 29, eerste en tweede lid, van de wet, en andere relevante informatie worden zo spoedig mogelijk nagezonden.