BWBR0010517
Geldig vanaf 1999-06-30
Artikel 7
Aanvullend luchthavenreglement Texel
Met inachtneming van artikel 22 van het Algemeen luchthavenreglement worden de volgende voorschriften vastgesteld:
1. Vliegtuigen met explosieven aan boord worden geparkeerd op de daartoe door de exploitant aangewezen plaatsen.
2. Alle direct met het tanken verband houdende werkzaamheden vinden plaats onder leiding van een hiervoor verantwoordelijk en ter zake kundig persoon.
3. Het tanken met passagiers aan boord. a. Vleugelvliegtuigen Het is verboden: 1. te tanken met passagiers aan boord, wanneer het betreffende vleugelvliegtuig een capaciteit heeft van minder dan 20 passagiers;
2. te tanken over de vleugel van het betreffende vliegtuig heen, terwijl er zich passagiers aan boord bevinden;
3. Kerosine Jet B, AVGAS of MOGAS te tanken met passagiers aan boord;
1. te tanken met passagiers aan boord, wanneer het betreffende vleugelvliegtuig een capaciteit heeft van minder dan 20 passagiers;
2. te tanken over de vleugel van het betreffende vliegtuig heen, terwijl er zich passagiers aan boord bevinden;
3. Kerosine Jet B, AVGAS of MOGAS te tanken met passagiers aan boord;
b. Hefschroefvliegtuigen Het is verboden hefschroefvliegtuigen te tanken: 1. met passagiers aan boord;
2. met draaiende rotors;
3. met draaiende motor(en), behoudens verkregen toestemming van de exploitant.
4. Gemorste olie en brandstof a. bij het tanken wordt elke handeling nagelaten die brand kan veroorzaken of het gevaar daarvoor kan vergroten;
b. het tanken geschiedt op een zodanige wijze dat geen brandstof wordt gemorst;
c. van het lekken of morsen van olie of brandstof wordt onmiddellijk de exploitant in kennis gesteld;
d. gemorste olie en brandstof wordt onmiddellijk, in overleg met de exploitant, verwijderd;
e. wanneer bij of uit een vliegtuig brandstoflekkage wordt geconstateerd, vindt het starten of opnieuw starten van de motoren niet eerder plaats, dan na overleg met de exploitant.
a. bij het tanken wordt elke handeling nagelaten die brand kan veroorzaken of het gevaar daarvoor kan vergroten;
b. het tanken geschiedt op een zodanige wijze dat geen brandstof wordt gemorst;
c. van het lekken of morsen van olie of brandstof wordt onmiddellijk de exploitant in kennis gesteld;
d. gemorste olie en brandstof wordt onmiddellijk, in overleg met de exploitant, verwijderd;
e. wanneer bij of uit een vliegtuig brandstoflekkage wordt geconstateerd, vindt het starten of opnieuw starten van de motoren niet eerder plaats, dan na overleg met de exploitant.
1. met passagiers aan boord;
2. met draaiende rotors;
3. met draaiende motor(en), behoudens verkregen toestemming van de exploitant.
4. Gemorste olie en brandstof a. bij het tanken wordt elke handeling nagelaten die brand kan veroorzaken of het gevaar daarvoor kan vergroten;
b. het tanken geschiedt op een zodanige wijze dat geen brandstof wordt gemorst;
c. van het lekken of morsen van olie of brandstof wordt onmiddellijk de exploitant in kennis gesteld;
d. gemorste olie en brandstof wordt onmiddellijk, in overleg met de exploitant, verwijderd;
e. wanneer bij of uit een vliegtuig brandstoflekkage wordt geconstateerd, vindt het starten of opnieuw starten van de motoren niet eerder plaats, dan na overleg met de exploitant.
a. bij het tanken wordt elke handeling nagelaten die brand kan veroorzaken of het gevaar daarvoor kan vergroten;
b. het tanken geschiedt op een zodanige wijze dat geen brandstof wordt gemorst;
c. van het lekken of morsen van olie of brandstof wordt onmiddellijk de exploitant in kennis gesteld;
d. gemorste olie en brandstof wordt onmiddellijk, in overleg met de exploitant, verwijderd;
e. wanneer bij of uit een vliegtuig brandstoflekkage wordt geconstateerd, vindt het starten of opnieuw starten van de motoren niet eerder plaats, dan na overleg met de exploitant.
a. Vleugelvliegtuigen Het is verboden: 1. te tanken met passagiers aan boord, wanneer het betreffende vleugelvliegtuig een capaciteit heeft van minder dan 20 passagiers;
2. te tanken over de vleugel van het betreffende vliegtuig heen, terwijl er zich passagiers aan boord bevinden;
3. Kerosine Jet B, AVGAS of MOGAS te tanken met passagiers aan boord;
1. te tanken met passagiers aan boord, wanneer het betreffende vleugelvliegtuig een capaciteit heeft van minder dan 20 passagiers;
2. te tanken over de vleugel van het betreffende vliegtuig heen, terwijl er zich passagiers aan boord bevinden;
3. Kerosine Jet B, AVGAS of MOGAS te tanken met passagiers aan boord;
b. Hefschroefvliegtuigen Het is verboden hefschroefvliegtuigen te tanken: 1. met passagiers aan boord;
2. met draaiende rotors;
3. met draaiende motor(en), behoudens verkregen toestemming van de exploitant.
4. Gemorste olie en brandstof a. bij het tanken wordt elke handeling nagelaten die brand kan veroorzaken of het gevaar daarvoor kan vergroten;
b. het tanken geschiedt op een zodanige wijze dat geen brandstof wordt gemorst;
c. van het lekken of morsen van olie of brandstof wordt onmiddellijk de exploitant in kennis gesteld;
d. gemorste olie en brandstof wordt onmiddellijk, in overleg met de exploitant, verwijderd;
e. wanneer bij of uit een vliegtuig brandstoflekkage wordt geconstateerd, vindt het starten of opnieuw starten van de motoren niet eerder plaats, dan na overleg met de exploitant.
a. bij het tanken wordt elke handeling nagelaten die brand kan veroorzaken of het gevaar daarvoor kan vergroten;
b. het tanken geschiedt op een zodanige wijze dat geen brandstof wordt gemorst;
c. van het lekken of morsen van olie of brandstof wordt onmiddellijk de exploitant in kennis gesteld;
d. gemorste olie en brandstof wordt onmiddellijk, in overleg met de exploitant, verwijderd;
e. wanneer bij of uit een vliegtuig brandstoflekkage wordt geconstateerd, vindt het starten of opnieuw starten van de motoren niet eerder plaats, dan na overleg met de exploitant.
1. met passagiers aan boord;
2. met draaiende rotors;
3. met draaiende motor(en), behoudens verkregen toestemming van de exploitant.
4. Gemorste olie en brandstof a. bij het tanken wordt elke handeling nagelaten die brand kan veroorzaken of het gevaar daarvoor kan vergroten;
b. het tanken geschiedt op een zodanige wijze dat geen brandstof wordt gemorst;
c. van het lekken of morsen van olie of brandstof wordt onmiddellijk de exploitant in kennis gesteld;
d. gemorste olie en brandstof wordt onmiddellijk, in overleg met de exploitant, verwijderd;
e. wanneer bij of uit een vliegtuig brandstoflekkage wordt geconstateerd, vindt het starten of opnieuw starten van de motoren niet eerder plaats, dan na overleg met de exploitant.
a. bij het tanken wordt elke handeling nagelaten die brand kan veroorzaken of het gevaar daarvoor kan vergroten;
b. het tanken geschiedt op een zodanige wijze dat geen brandstof wordt gemorst;
c. van het lekken of morsen van olie of brandstof wordt onmiddellijk de exploitant in kennis gesteld;
d. gemorste olie en brandstof wordt onmiddellijk, in overleg met de exploitant, verwijderd;
e. wanneer bij of uit een vliegtuig brandstoflekkage wordt geconstateerd, vindt het starten of opnieuw starten van de motoren niet eerder plaats, dan na overleg met de exploitant.
1. Vliegtuigen met explosieven aan boord worden geparkeerd op de daartoe door de exploitant aangewezen plaatsen.
2. Alle direct met het tanken verband houdende werkzaamheden vinden plaats onder leiding van een hiervoor verantwoordelijk en ter zake kundig persoon.
3. Het tanken met passagiers aan boord. a. Vleugelvliegtuigen Het is verboden: 1. te tanken met passagiers aan boord, wanneer het betreffende vleugelvliegtuig een capaciteit heeft van minder dan 20 passagiers;
2. te tanken over de vleugel van het betreffende vliegtuig heen, terwijl er zich passagiers aan boord bevinden;
3. Kerosine Jet B, AVGAS of MOGAS te tanken met passagiers aan boord;
1. te tanken met passagiers aan boord, wanneer het betreffende vleugelvliegtuig een capaciteit heeft van minder dan 20 passagiers;
2. te tanken over de vleugel van het betreffende vliegtuig heen, terwijl er zich passagiers aan boord bevinden;
3. Kerosine Jet B, AVGAS of MOGAS te tanken met passagiers aan boord;
b. Hefschroefvliegtuigen Het is verboden hefschroefvliegtuigen te tanken: 1. met passagiers aan boord;
2. met draaiende rotors;
3. met draaiende motor(en), behoudens verkregen toestemming van de exploitant.
4. Gemorste olie en brandstof a. bij het tanken wordt elke handeling nagelaten die brand kan veroorzaken of het gevaar daarvoor kan vergroten;
b. het tanken geschiedt op een zodanige wijze dat geen brandstof wordt gemorst;
c. van het lekken of morsen van olie of brandstof wordt onmiddellijk de exploitant in kennis gesteld;
d. gemorste olie en brandstof wordt onmiddellijk, in overleg met de exploitant, verwijderd;
e. wanneer bij of uit een vliegtuig brandstoflekkage wordt geconstateerd, vindt het starten of opnieuw starten van de motoren niet eerder plaats, dan na overleg met de exploitant.
a. bij het tanken wordt elke handeling nagelaten die brand kan veroorzaken of het gevaar daarvoor kan vergroten;
b. het tanken geschiedt op een zodanige wijze dat geen brandstof wordt gemorst;
c. van het lekken of morsen van olie of brandstof wordt onmiddellijk de exploitant in kennis gesteld;
d. gemorste olie en brandstof wordt onmiddellijk, in overleg met de exploitant, verwijderd;
e. wanneer bij of uit een vliegtuig brandstoflekkage wordt geconstateerd, vindt het starten of opnieuw starten van de motoren niet eerder plaats, dan na overleg met de exploitant.
1. met passagiers aan boord;
2. met draaiende rotors;
3. met draaiende motor(en), behoudens verkregen toestemming van de exploitant.
4. Gemorste olie en brandstof a. bij het tanken wordt elke handeling nagelaten die brand kan veroorzaken of het gevaar daarvoor kan vergroten;
b. het tanken geschiedt op een zodanige wijze dat geen brandstof wordt gemorst;
c. van het lekken of morsen van olie of brandstof wordt onmiddellijk de exploitant in kennis gesteld;
d. gemorste olie en brandstof wordt onmiddellijk, in overleg met de exploitant, verwijderd;
e. wanneer bij of uit een vliegtuig brandstoflekkage wordt geconstateerd, vindt het starten of opnieuw starten van de motoren niet eerder plaats, dan na overleg met de exploitant.
a. bij het tanken wordt elke handeling nagelaten die brand kan veroorzaken of het gevaar daarvoor kan vergroten;
b. het tanken geschiedt op een zodanige wijze dat geen brandstof wordt gemorst;
c. van het lekken of morsen van olie of brandstof wordt onmiddellijk de exploitant in kennis gesteld;
d. gemorste olie en brandstof wordt onmiddellijk, in overleg met de exploitant, verwijderd;
e. wanneer bij of uit een vliegtuig brandstoflekkage wordt geconstateerd, vindt het starten of opnieuw starten van de motoren niet eerder plaats, dan na overleg met de exploitant.
a. Vleugelvliegtuigen Het is verboden: 1. te tanken met passagiers aan boord, wanneer het betreffende vleugelvliegtuig een capaciteit heeft van minder dan 20 passagiers;
2. te tanken over de vleugel van het betreffende vliegtuig heen, terwijl er zich passagiers aan boord bevinden;
3. Kerosine Jet B, AVGAS of MOGAS te tanken met passagiers aan boord;
1. te tanken met passagiers aan boord, wanneer het betreffende vleugelvliegtuig een capaciteit heeft van minder dan 20 passagiers;
2. te tanken over de vleugel van het betreffende vliegtuig heen, terwijl er zich passagiers aan boord bevinden;
3. Kerosine Jet B, AVGAS of MOGAS te tanken met passagiers aan boord;
b. Hefschroefvliegtuigen Het is verboden hefschroefvliegtuigen te tanken: 1. met passagiers aan boord;
2. met draaiende rotors;
3. met draaiende motor(en), behoudens verkregen toestemming van de exploitant.
4. Gemorste olie en brandstof a. bij het tanken wordt elke handeling nagelaten die brand kan veroorzaken of het gevaar daarvoor kan vergroten;
b. het tanken geschiedt op een zodanige wijze dat geen brandstof wordt gemorst;
c. van het lekken of morsen van olie of brandstof wordt onmiddellijk de exploitant in kennis gesteld;
d. gemorste olie en brandstof wordt onmiddellijk, in overleg met de exploitant, verwijderd;
e. wanneer bij of uit een vliegtuig brandstoflekkage wordt geconstateerd, vindt het starten of opnieuw starten van de motoren niet eerder plaats, dan na overleg met de exploitant.
a. bij het tanken wordt elke handeling nagelaten die brand kan veroorzaken of het gevaar daarvoor kan vergroten;
b. het tanken geschiedt op een zodanige wijze dat geen brandstof wordt gemorst;
c. van het lekken of morsen van olie of brandstof wordt onmiddellijk de exploitant in kennis gesteld;
d. gemorste olie en brandstof wordt onmiddellijk, in overleg met de exploitant, verwijderd;
e. wanneer bij of uit een vliegtuig brandstoflekkage wordt geconstateerd, vindt het starten of opnieuw starten van de motoren niet eerder plaats, dan na overleg met de exploitant.
1. met passagiers aan boord;
2. met draaiende rotors;
3. met draaiende motor(en), behoudens verkregen toestemming van de exploitant.
4. Gemorste olie en brandstof a. bij het tanken wordt elke handeling nagelaten die brand kan veroorzaken of het gevaar daarvoor kan vergroten;
b. het tanken geschiedt op een zodanige wijze dat geen brandstof wordt gemorst;
c. van het lekken of morsen van olie of brandstof wordt onmiddellijk de exploitant in kennis gesteld;
d. gemorste olie en brandstof wordt onmiddellijk, in overleg met de exploitant, verwijderd;
e. wanneer bij of uit een vliegtuig brandstoflekkage wordt geconstateerd, vindt het starten of opnieuw starten van de motoren niet eerder plaats, dan na overleg met de exploitant.
a. bij het tanken wordt elke handeling nagelaten die brand kan veroorzaken of het gevaar daarvoor kan vergroten;
b. het tanken geschiedt op een zodanige wijze dat geen brandstof wordt gemorst;
c. van het lekken of morsen van olie of brandstof wordt onmiddellijk de exploitant in kennis gesteld;
d. gemorste olie en brandstof wordt onmiddellijk, in overleg met de exploitant, verwijderd;
e. wanneer bij of uit een vliegtuig brandstoflekkage wordt geconstateerd, vindt het starten of opnieuw starten van de motoren niet eerder plaats, dan na overleg met de exploitant.