BWBR0010517
Geldig vanaf 1999-06-30
Artikel 3
Aanvullend luchthavenreglement Texel
Met inachtneming van het gestelde in artikel 10, tweede lid, van het Algemeen luchthavenreglement, worden de volgende voorschriften vastgesteld:
1. Toegang tot het niet voor het publiek toegankelijke gedeelte van het luchtvaartterrein a. voor de toegang tot het niet voor het publiek toegankelijke gedeelte van het luchtvaartterrein is toestemming vereist van de exploitant;
b. de aanwijzingen van de functionarissen, bedoeld in het tweede lid, onder a, worden opgevolgd.
a. voor de toegang tot het niet voor het publiek toegankelijke gedeelte van het luchtvaartterrein is toestemming vereist van de exploitant;
b. de aanwijzingen van de functionarissen, bedoeld in het tweede lid, onder a, worden opgevolgd.
2. Toegang tot het landingsterrein a. voor de toegang tot het landingsterrein is per keer de uitdrukkelijke toestemming vereist van de havenmeester of de dienstdoende functionaris, die namens de exploitant is belast met het toezicht op de goede orde en veiligheid;
b. de onder a genoemde functionarissen zijn te allen tijde bevoegd de verleende toestemming in te trekken en personen te gelasten zich uit het landingsterrein te verwijderen;
c. personen aan wie toestemming is verleend voor toegang tot het landingsterrein moeten zich, nadat zij het landingsterrein hebben verlaten, afmelden bij een van de onder a genoemde functionarissen.
a. voor de toegang tot het landingsterrein is per keer de uitdrukkelijke toestemming vereist van de havenmeester of de dienstdoende functionaris, die namens de exploitant is belast met het toezicht op de goede orde en veiligheid;
b. de onder a genoemde functionarissen zijn te allen tijde bevoegd de verleende toestemming in te trekken en personen te gelasten zich uit het landingsterrein te verwijderen;
c. personen aan wie toestemming is verleend voor toegang tot het landingsterrein moeten zich, nadat zij het landingsterrein hebben verlaten, afmelden bij een van de onder a genoemde functionarissen.
3. Betreden van het landingsterrein en platform en het uitvoeren van werkzaamheden a. bij invallende duisternis of bij afnemend zicht en na beëindiging van de werkzaamheden, wordt het landingsterrein onmiddellijk verlaten, tenzij met de exploitant anders is overeengekomen;
b. het is, behoudens toestemming van de exploitant, verboden om brandgevaarlijke werkzaamheden te verrichten binnen een afstand van 20 meter van een vliegtuig of van een opslagplaats voor vliegtuig- en andere brandstoffen;
c. degenen die door de exploitant zijn belast met het toezicht op de goede orde en veiligheid op het luchtvaartterrein kunnen, indien de goede orde en veiligheid dit vereisen, te allen tijde een activiteit laten onderbreken of stopzetten;
d. beschadiging van het terreinoppervlak, de daarop geplaatste installaties of voorzieningen, waardoor enig gevaar of schade voor luchtvaartuigen kan ontstaan, wordt onverwijld door of vanwege de veroorzaker ter kennis van de exploitant gebracht.
a. bij invallende duisternis of bij afnemend zicht en na beëindiging van de werkzaamheden, wordt het landingsterrein onmiddellijk verlaten, tenzij met de exploitant anders is overeengekomen;
b. het is, behoudens toestemming van de exploitant, verboden om brandgevaarlijke werkzaamheden te verrichten binnen een afstand van 20 meter van een vliegtuig of van een opslagplaats voor vliegtuig- en andere brandstoffen;
c. degenen die door de exploitant zijn belast met het toezicht op de goede orde en veiligheid op het luchtvaartterrein kunnen, indien de goede orde en veiligheid dit vereisen, te allen tijde een activiteit laten onderbreken of stopzetten;
d. beschadiging van het terreinoppervlak, de daarop geplaatste installaties of voorzieningen, waardoor enig gevaar of schade voor luchtvaartuigen kan ontstaan, wordt onverwijld door of vanwege de veroorzaker ter kennis van de exploitant gebracht.
1. Toegang tot het niet voor het publiek toegankelijke gedeelte van het luchtvaartterrein a. voor de toegang tot het niet voor het publiek toegankelijke gedeelte van het luchtvaartterrein is toestemming vereist van de exploitant;
b. de aanwijzingen van de functionarissen, bedoeld in het tweede lid, onder a, worden opgevolgd.
a. voor de toegang tot het niet voor het publiek toegankelijke gedeelte van het luchtvaartterrein is toestemming vereist van de exploitant;
b. de aanwijzingen van de functionarissen, bedoeld in het tweede lid, onder a, worden opgevolgd.
2. Toegang tot het landingsterrein a. voor de toegang tot het landingsterrein is per keer de uitdrukkelijke toestemming vereist van de havenmeester of de dienstdoende functionaris, die namens de exploitant is belast met het toezicht op de goede orde en veiligheid;
b. de onder a genoemde functionarissen zijn te allen tijde bevoegd de verleende toestemming in te trekken en personen te gelasten zich uit het landingsterrein te verwijderen;
c. personen aan wie toestemming is verleend voor toegang tot het landingsterrein moeten zich, nadat zij het landingsterrein hebben verlaten, afmelden bij een van de onder a genoemde functionarissen.
a. voor de toegang tot het landingsterrein is per keer de uitdrukkelijke toestemming vereist van de havenmeester of de dienstdoende functionaris, die namens de exploitant is belast met het toezicht op de goede orde en veiligheid;
b. de onder a genoemde functionarissen zijn te allen tijde bevoegd de verleende toestemming in te trekken en personen te gelasten zich uit het landingsterrein te verwijderen;
c. personen aan wie toestemming is verleend voor toegang tot het landingsterrein moeten zich, nadat zij het landingsterrein hebben verlaten, afmelden bij een van de onder a genoemde functionarissen.
3. Betreden van het landingsterrein en platform en het uitvoeren van werkzaamheden a. bij invallende duisternis of bij afnemend zicht en na beëindiging van de werkzaamheden, wordt het landingsterrein onmiddellijk verlaten, tenzij met de exploitant anders is overeengekomen;
b. het is, behoudens toestemming van de exploitant, verboden om brandgevaarlijke werkzaamheden te verrichten binnen een afstand van 20 meter van een vliegtuig of van een opslagplaats voor vliegtuig- en andere brandstoffen;
c. degenen die door de exploitant zijn belast met het toezicht op de goede orde en veiligheid op het luchtvaartterrein kunnen, indien de goede orde en veiligheid dit vereisen, te allen tijde een activiteit laten onderbreken of stopzetten;
d. beschadiging van het terreinoppervlak, de daarop geplaatste installaties of voorzieningen, waardoor enig gevaar of schade voor luchtvaartuigen kan ontstaan, wordt onverwijld door of vanwege de veroorzaker ter kennis van de exploitant gebracht.
a. bij invallende duisternis of bij afnemend zicht en na beëindiging van de werkzaamheden, wordt het landingsterrein onmiddellijk verlaten, tenzij met de exploitant anders is overeengekomen;
b. het is, behoudens toestemming van de exploitant, verboden om brandgevaarlijke werkzaamheden te verrichten binnen een afstand van 20 meter van een vliegtuig of van een opslagplaats voor vliegtuig- en andere brandstoffen;
c. degenen die door de exploitant zijn belast met het toezicht op de goede orde en veiligheid op het luchtvaartterrein kunnen, indien de goede orde en veiligheid dit vereisen, te allen tijde een activiteit laten onderbreken of stopzetten;
d. beschadiging van het terreinoppervlak, de daarop geplaatste installaties of voorzieningen, waardoor enig gevaar of schade voor luchtvaartuigen kan ontstaan, wordt onverwijld door of vanwege de veroorzaker ter kennis van de exploitant gebracht.