BWBR0010379
Geldig vanaf 1999-04-08
Artikel 6
Regeling subsidie Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek
1. Gelijktijdig met de in artikel 4, achtste lid, bedoelde programma’s dient DLO bij de minister een aanvraag in voor subsidie met betrekking tot de in het subsidiejaar op grond van die programma’s uit te voeren activiteiten en projecten.
2. De aanvraag tot subsidieverlening gaat voor elk programma vergezeld van een werkplan en een daarbij behorende begroting, die zijn ingericht volgens een door de minister voorgeschreven model.
3. De aanvraag tot subsidieverlening gaat voorts vergezeld van:
a. een voor het subsidiejaar vastgesteld onderzoeksplan, bedoeld in artikel 7B van de statuten, dat zodanig is ingericht dat de werkplannen daarvan een afzonderlijk onderdeel vormen;
b. een voor het subsidiejaar vastgestelde begroting, waarin de som van de begrotingen van de werkplannen afzonderlijk is opgenomen;
c. een managementsamenvatting van de ten behoeve van de minister uit te voeren werkzaamheden en van de daarbij behorende begroting.
4. De in het derde lid, onder b bedoelde begroting, dient voorts zodanig te zijn ingericht dat:
a. de minister kan beoordelen of DLO diensten voor derden verricht tegen tenminste kostendekkende tarieven en
b. zij inzicht geeft in de besteding van de in artikel 13 bedoelde baten.
2. De aanvraag tot subsidieverlening gaat voor elk programma vergezeld van een werkplan en een daarbij behorende begroting, die zijn ingericht volgens een door de minister voorgeschreven model.
3. De aanvraag tot subsidieverlening gaat voorts vergezeld van:
a. een voor het subsidiejaar vastgesteld onderzoeksplan, bedoeld in artikel 7B van de statuten, dat zodanig is ingericht dat de werkplannen daarvan een afzonderlijk onderdeel vormen;
b. een voor het subsidiejaar vastgestelde begroting, waarin de som van de begrotingen van de werkplannen afzonderlijk is opgenomen;
c. een managementsamenvatting van de ten behoeve van de minister uit te voeren werkzaamheden en van de daarbij behorende begroting.
4. De in het derde lid, onder b bedoelde begroting, dient voorts zodanig te zijn ingericht dat:
a. de minister kan beoordelen of DLO diensten voor derden verricht tegen tenminste kostendekkende tarieven en
b. zij inzicht geeft in de besteding van de in artikel 13 bedoelde baten.