BWBR0010353
Geldig vanaf 1999-06-01
Artikel 3.1
Cadmiumbesluit milieubeheer
1. Onverminderd het verbod, bedoeld in artikel 2.1, is het verboden een cadmiumhoudend product of een secundaire grondstof te vervaardigen, in Nederland in te voeren, aan een ander ter beschikking te stellen of bedrijfsmatig voorhanden te hebben.
2. Het verbod geldt niet met betrekking tot een cadmiumhoudend product of secundaire grondstof, waarvan door degene die dit product vervaardigt, invoert, aan een ander ter beschikking stelt of bedrijfsmatig voorhanden heeft, kan worden aangetoond dat het product bestemd is voor:
a. uitvoer naar een Staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, mits wordt voldaan aan de eisen met betrekking tot cadmiumhoudende producten gesteld in de richtlijn en in een richtlijn van de Raad van de Europese Unie tot wijziging van de richtlijn, of
b. uitvoer naar een Staat die geen partij is bij de overeenkomst, genoemd in onderdeel a.
3. Voor de toepassing van het tweede lid, onder a, gaat een wijziging van de richtlijn gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering behoort te zijn gegeven.
4. Het verbod geldt voorts niet met betrekking tot cadmiumhoudende producten die in gebruik zijn bij de Nederlandse of bondgenootschappelijke krijgsmacht, indien de toepassing van deze producten:
a. bij of krachtens wettelijk voorschrift is voorgeschreven of
b. naar het oordeel van Onze Minister van Defensie voor operationele taken noodzakelijk is.
2. Het verbod geldt niet met betrekking tot een cadmiumhoudend product of secundaire grondstof, waarvan door degene die dit product vervaardigt, invoert, aan een ander ter beschikking stelt of bedrijfsmatig voorhanden heeft, kan worden aangetoond dat het product bestemd is voor:
a. uitvoer naar een Staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, mits wordt voldaan aan de eisen met betrekking tot cadmiumhoudende producten gesteld in de richtlijn en in een richtlijn van de Raad van de Europese Unie tot wijziging van de richtlijn, of
b. uitvoer naar een Staat die geen partij is bij de overeenkomst, genoemd in onderdeel a.
3. Voor de toepassing van het tweede lid, onder a, gaat een wijziging van de richtlijn gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering behoort te zijn gegeven.
4. Het verbod geldt voorts niet met betrekking tot cadmiumhoudende producten die in gebruik zijn bij de Nederlandse of bondgenootschappelijke krijgsmacht, indien de toepassing van deze producten:
a. bij of krachtens wettelijk voorschrift is voorgeschreven of
b. naar het oordeel van Onze Minister van Defensie voor operationele taken noodzakelijk is.