BWBR0010234
Geldig vanaf 1999-02-12
Artikel 4
Besluit houdende voorschriften van overgangsrechtelijke aard ivm invoering van de regeling overgangsmaatregelen mavo-vbo
1. Voor het eerste schooljaar waarin toepassing wordt gegeven aan artikel VI van de wet, wordt het aantal leerlingen op grond waarvan de formatie wordt berekend van de school voor mavo, de school voor vbo of de scholengemeenschap, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, met inachtneming van de volgende leden berekend en vastgesteld.
2. Ten behoeve van de personeelscategorieën directie en onderwijsondersteunend personeel wordt het aantal leerlingen dat in artikel 6, derde lid, van het Formatiebesluit WVOwordt aangeduid met Lt-1, verhoogd met het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, onder 2°.
3. Ten behoeve van de personeelscategorie leraren wordt het aantal leerlingen dat op 1 oktober van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarin toepassing wordt gegeven aan artikel VI van de wet, als werkelijk schoolgaand ten behoeve van het volgen van leerwegondersteunend onderwijs was ingeschreven aan de school, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, verhoogd met het eerstbedoelde aantal leerlingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, onder 2°.
4. Het aantal leerlingen dat in artikel 6, derde lid, van het Formatiebesluit WVOwordt aangeduid met Lt-2, wordt verhoogd met het aantal leerlingen dat als werkelijk schoolgaand aan de school of afdeling, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, was ingeschreven op 1 oktober van het tweede schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarin toepassing wordt gegeven aan artikel VI van de wet.
5. Indien sprake is van toedeling van een gedeelte van het aantal leerlingen, bedoeld in het vierde lid, geschiedt de in dat lid bedoelde vaststelling van het aantal leerlingen ten behoeve van de formatieberekening met het overeenkomende gedeelte van het in dat lid bedoelde aantal leerlingen. Het bedoelde gedeelte wordt vastgesteld op basis van de volgende berekening:
a. het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, onder 2°, dat administratief is toebedeeld, wordt gedeeld door het totaal aantal leerlingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, onder 2°,
b. de breuk, voortkomend uit de onder a bedoelde deling, wordt vermenigvuldigd met het aantal leerlingen dat als werkelijk schoolgaand aan de school of afdeling, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, was ingeschreven op 1 oktober van het tweede schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarin toepassing wordt gegeven aan artikel VI van de wet, en
c. de uitkomst van de onder b bedoelde vermenigvuldiging wordt afgerond op een geheel getal, waarbij dat getal met 1 wordt verhoogd indien de eerste decimaal 5 of hoger is.
2. Ten behoeve van de personeelscategorieën directie en onderwijsondersteunend personeel wordt het aantal leerlingen dat in artikel 6, derde lid, van het Formatiebesluit WVOwordt aangeduid met Lt-1, verhoogd met het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, onder 2°.
3. Ten behoeve van de personeelscategorie leraren wordt het aantal leerlingen dat op 1 oktober van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarin toepassing wordt gegeven aan artikel VI van de wet, als werkelijk schoolgaand ten behoeve van het volgen van leerwegondersteunend onderwijs was ingeschreven aan de school, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, verhoogd met het eerstbedoelde aantal leerlingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, onder 2°.
4. Het aantal leerlingen dat in artikel 6, derde lid, van het Formatiebesluit WVOwordt aangeduid met Lt-2, wordt verhoogd met het aantal leerlingen dat als werkelijk schoolgaand aan de school of afdeling, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, was ingeschreven op 1 oktober van het tweede schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarin toepassing wordt gegeven aan artikel VI van de wet.
5. Indien sprake is van toedeling van een gedeelte van het aantal leerlingen, bedoeld in het vierde lid, geschiedt de in dat lid bedoelde vaststelling van het aantal leerlingen ten behoeve van de formatieberekening met het overeenkomende gedeelte van het in dat lid bedoelde aantal leerlingen. Het bedoelde gedeelte wordt vastgesteld op basis van de volgende berekening:
a. het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, onder 2°, dat administratief is toebedeeld, wordt gedeeld door het totaal aantal leerlingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, onder 2°,
b. de breuk, voortkomend uit de onder a bedoelde deling, wordt vermenigvuldigd met het aantal leerlingen dat als werkelijk schoolgaand aan de school of afdeling, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, was ingeschreven op 1 oktober van het tweede schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarin toepassing wordt gegeven aan artikel VI van de wet, en
c. de uitkomst van de onder b bedoelde vermenigvuldiging wordt afgerond op een geheel getal, waarbij dat getal met 1 wordt verhoogd indien de eerste decimaal 5 of hoger is.