BWBR0005446
Geldig vanaf 2003-08-01
Artikel 6
Formatiebesluit WVO
1. Het in artikel 3, eerste lid, bedoelde aantal leerlingen is het aantal leerlingen van de school of scholengemeenschap dat als werkelijk schoolgaand als bedoeld in artikel 7, eerste, tweede en derde lid, en artikel 7a, eerste en tweede lid, van het Bekostigingsbesluit WVOwas ingeschreven op 1 oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de in artikel 85 van de wetbedoelde bekostiging wordt vastgesteld.
2. Bij de vaststelling van het aantal leerlingen worden niet meegeteld:
a. de leerlingen die reeds met goed gevolg eindexamen aan een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger algemeen voortgezet onderwijs, voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs of voor voorbereidend beroepsonderwijs hebben afgelegd en zich voorbereiden op het opnieuw afleggen van het eindexamen aan een gelijksoortige school, met dien verstande dat het afleggen van het eindexamen in een bepaalde leerweg aan een school voor voorbereidend beroepsonderwijs door een leerling die reeds met goed gevolg het eindexamen heeft afgelegd van een andere leerweg van het voorbereidend beroepsonderwijs niet worden aangemerkt als het opnieuw afleggen van het eindexamen aan een gelijksoortige school,
b. de leerlingen die deelnemen aan het onderwijs in het kader van contractactiviteiten als bedoeld in artikel 20, tweede lid, van de wet, en
c. nieuwkomers als bedoeld in artikel 1 van het Bekostigingsbesluit WVO.
3. Bij de toepassing van het eerste lid juncto artikel 3, eerste en zesde lid, wordt uitgegaan van een aantal van ten minste 200 leerlingen.
4. Het derde lid is niet van toepassing op een school voor praktijkonderwijs.
5. Onze Minister kan in verband met de aanvang of beëindiging van de bekostiging van een school, van een scholengemeenschap of van een profiel aan een school voor voorbereidend beroepsonderwijs, afwijken van het eerste tot en met derde lid.
2. Bij de vaststelling van het aantal leerlingen worden niet meegeteld:
a. de leerlingen die reeds met goed gevolg eindexamen aan een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger algemeen voortgezet onderwijs, voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs of voor voorbereidend beroepsonderwijs hebben afgelegd en zich voorbereiden op het opnieuw afleggen van het eindexamen aan een gelijksoortige school, met dien verstande dat het afleggen van het eindexamen in een bepaalde leerweg aan een school voor voorbereidend beroepsonderwijs door een leerling die reeds met goed gevolg het eindexamen heeft afgelegd van een andere leerweg van het voorbereidend beroepsonderwijs niet worden aangemerkt als het opnieuw afleggen van het eindexamen aan een gelijksoortige school,
b. de leerlingen die deelnemen aan het onderwijs in het kader van contractactiviteiten als bedoeld in artikel 20, tweede lid, van de wet, en
c. nieuwkomers als bedoeld in artikel 1 van het Bekostigingsbesluit WVO.
3. Bij de toepassing van het eerste lid juncto artikel 3, eerste en zesde lid, wordt uitgegaan van een aantal van ten minste 200 leerlingen.
4. Het derde lid is niet van toepassing op een school voor praktijkonderwijs.
5. Onze Minister kan in verband met de aanvang of beëindiging van de bekostiging van een school, van een scholengemeenschap of van een profiel aan een school voor voorbereidend beroepsonderwijs, afwijken van het eerste tot en met derde lid.