BWBR0010171
Geldig vanaf 2024-05-14
Artikel 19a
Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting
1. Kortdurend re-integratieverlof voor het onderhouden van een sociaal netwerk wordt een keer per kwartaal van een lopend kalenderjaar verleend. Het verlof begint en eindigt op dezelfde dag.
2. Indien gedurende de in het eerste lid genoemde periode langdurend re-integratieverlof met als doel het onderhouden van een sociaal netwerk aan een gedetineerde is verleend, wordt een verzoek van een gedetineerde om kortdurend re-integratieverlof voor het onderhouden van een sociaal netwerk tijdens dezelfde periode afgewezen.
3. In geval van een vrijheidsstraf tot en met zes jaar komt een gedetineerde op zijn vroegst in aanmerking voor kortdurend re-integratieverlof voor het onderhouden van een sociaal netwerk, indien:
1°. ten minste vier maanden van de onvoorwaardelijk opgelegde straf zijn ondergaan dan wel, in geval de veroordeling nog niet onherroepelijk is, de duur van de in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd ten minste gelijk is aan vier maanden;
2°. ten minste de helft van de vrijheidsstraf is ondergaan, en
3°. er sprake is van een periode van maximaal twaalf maanden voorafgaand aan het moment waarop de voorwaardelijke invrijheidstelling of de invrijheidstelling kan aanvangen.
4. In geval van een vrijheidsstraf langer dan zes jaar wordt het aantal maanden dat een gedetineerde op zijn vroegst in aanmerking komt voor kortdurend re-integratieverlof voor het onderhouden van een sociaal netwerk, voorafgaand aan het moment waarop de voorwaardelijke invrijheidstelling of de invrijheidstelling kan aanvangen, berekend volgens de volgende formule:
twaalf maanden + (anderhalve maand x het aantal volle jaren boven 6 jaar vrijheidsstraf).
5. De directeur of de selectiefunctionaris kan op grond van door de gedetineerde aangedragen zwaarwegende en uitzonderlijke redenen afwijken van het eerste en tweede lid.
2. Indien gedurende de in het eerste lid genoemde periode langdurend re-integratieverlof met als doel het onderhouden van een sociaal netwerk aan een gedetineerde is verleend, wordt een verzoek van een gedetineerde om kortdurend re-integratieverlof voor het onderhouden van een sociaal netwerk tijdens dezelfde periode afgewezen.
3. In geval van een vrijheidsstraf tot en met zes jaar komt een gedetineerde op zijn vroegst in aanmerking voor kortdurend re-integratieverlof voor het onderhouden van een sociaal netwerk, indien:
1°. ten minste vier maanden van de onvoorwaardelijk opgelegde straf zijn ondergaan dan wel, in geval de veroordeling nog niet onherroepelijk is, de duur van de in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd ten minste gelijk is aan vier maanden;
2°. ten minste de helft van de vrijheidsstraf is ondergaan, en
3°. er sprake is van een periode van maximaal twaalf maanden voorafgaand aan het moment waarop de voorwaardelijke invrijheidstelling of de invrijheidstelling kan aanvangen.
4. In geval van een vrijheidsstraf langer dan zes jaar wordt het aantal maanden dat een gedetineerde op zijn vroegst in aanmerking komt voor kortdurend re-integratieverlof voor het onderhouden van een sociaal netwerk, voorafgaand aan het moment waarop de voorwaardelijke invrijheidstelling of de invrijheidstelling kan aanvangen, berekend volgens de volgende formule:
twaalf maanden + (anderhalve maand x het aantal volle jaren boven 6 jaar vrijheidsstraf).
5. De directeur of de selectiefunctionaris kan op grond van door de gedetineerde aangedragen zwaarwegende en uitzonderlijke redenen afwijken van het eerste en tweede lid.