BWBR0010171
Geldig vanaf 2024-05-14
Artikel 18
Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting
1. De directeur is bevoegd om te besluiten op verzoeken om kortdurend of langdurend re-integratieverlof van gedetineerden die al dan niet onherroepelijk zijn veroordeeld tot:
a. een vrijheidsstraf tot maximaal twee jaar,
b. een vrijheidsstraf van twee jaar of langer indien het voorafgaande kortdurende of langdurende verlof zonder incidenten is verlopen.
2. Indien het voorafgaande kortdurend re-integratieverlof of langdurend re-integratieverlof voor hetzelfde doel als waarvoor een volgend verlof wordt aangevraagd, zonder incidenten is verlopen, is artikel 3, vijfde lid, niet van toepassing op het volgende verlof tenzij:
1°. de gedetineerde al dan niet onherroepelijk is veroordeeld voor een ernstig gewelds- of zedenmisdrijf;
2°. de gedetineerde al dan niet onherroepelijk is veroordeeld voor een delict, als bedoeld in artikel 51e, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering;
3°. de gedetineerde gedurende zijn detentie is geplaatst in: – de Extra Beveiligde Inrichting, bedoeld in artikel 6 van de Regeling selectie, plaatsing overplaatsing van gedetineerden,
– de Terroristen Afdeling (TA), bedoeld in artikel 20a van de Regeling selectie, plaatsing overplaatsing van gedetineerden.
– de Extra Beveiligde Inrichting, bedoeld in artikel 6 van de Regeling selectie, plaatsing overplaatsing van gedetineerden,
– de Terroristen Afdeling (TA), bedoeld in artikel 20a van de Regeling selectie, plaatsing overplaatsing van gedetineerden.
3. De selectiefunctionaris is namens de Minister bevoegd te besluiten op:
a. een eerste verzoek om kortdurend of langdurend re-integratieverlof van een gedetineerde die al dan niet onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsstraf van twee jaar of langer;
b. een verzoek om kortdurend of langdurend re-integratieverlof van een gedetineerde waarvan het voorafgaande kortdurend of langdurend re-integratieverlof niet zonder incidenten is verlopen.
4. Indien de directeur respectievelijk de selectiefunctionaris wil afwijken van het advies van de selectiefunctionaris respectievelijk de directeur omtrent het verlenen van kortdurend of langdurend re-integratieverlof, dan beslissen de directeuren van de divisie Gevangeniswezen en Vreemdelingenbewaring en van de divisie Individuele Zaken van de Dienst Justitiële Inrichtingen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid tezamen namens de Minister.
5. Op een volgend verzoek van een gedetineerde om kortdurend of langdurend re-integratieverlof wordt pas beslist indien het vorige re-integratieverlof is geëvalueerd.
a. een vrijheidsstraf tot maximaal twee jaar,
b. een vrijheidsstraf van twee jaar of langer indien het voorafgaande kortdurende of langdurende verlof zonder incidenten is verlopen.
2. Indien het voorafgaande kortdurend re-integratieverlof of langdurend re-integratieverlof voor hetzelfde doel als waarvoor een volgend verlof wordt aangevraagd, zonder incidenten is verlopen, is artikel 3, vijfde lid, niet van toepassing op het volgende verlof tenzij:
1°. de gedetineerde al dan niet onherroepelijk is veroordeeld voor een ernstig gewelds- of zedenmisdrijf;
2°. de gedetineerde al dan niet onherroepelijk is veroordeeld voor een delict, als bedoeld in artikel 51e, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering;
3°. de gedetineerde gedurende zijn detentie is geplaatst in: – de Extra Beveiligde Inrichting, bedoeld in artikel 6 van de Regeling selectie, plaatsing overplaatsing van gedetineerden,
– de Terroristen Afdeling (TA), bedoeld in artikel 20a van de Regeling selectie, plaatsing overplaatsing van gedetineerden.
– de Extra Beveiligde Inrichting, bedoeld in artikel 6 van de Regeling selectie, plaatsing overplaatsing van gedetineerden,
– de Terroristen Afdeling (TA), bedoeld in artikel 20a van de Regeling selectie, plaatsing overplaatsing van gedetineerden.
3. De selectiefunctionaris is namens de Minister bevoegd te besluiten op:
a. een eerste verzoek om kortdurend of langdurend re-integratieverlof van een gedetineerde die al dan niet onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsstraf van twee jaar of langer;
b. een verzoek om kortdurend of langdurend re-integratieverlof van een gedetineerde waarvan het voorafgaande kortdurend of langdurend re-integratieverlof niet zonder incidenten is verlopen.
4. Indien de directeur respectievelijk de selectiefunctionaris wil afwijken van het advies van de selectiefunctionaris respectievelijk de directeur omtrent het verlenen van kortdurend of langdurend re-integratieverlof, dan beslissen de directeuren van de divisie Gevangeniswezen en Vreemdelingenbewaring en van de divisie Individuele Zaken van de Dienst Justitiële Inrichtingen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid tezamen namens de Minister.
5. Op een volgend verzoek van een gedetineerde om kortdurend of langdurend re-integratieverlof wordt pas beslist indien het vorige re-integratieverlof is geëvalueerd.