BWBR0010171
Geldig vanaf 2024-05-14
Artikel 15
Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting
1. Re-integratieverlof wordt alleen verleend ten behoeve van een re-integratiedoel dat is vastgelegd in het detentie- en re-integratieplan.
2. Bij de beslissing tot het verlenen van re-integratieverlof aan een gedetineerde die al dan niet onherroepelijk is veroordeeld, worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken:
a. de mate waarin en de wijze waarop de gedetineerde door zijn gedrag gedurende de gehele detentie heeft doen blijken van een bijzondere geschiktheid tot terugkeer in de samenleving;
b. de mogelijkheid om aan het verlof verbonden risico’s te beperken en te beheersen;
c. de belangen van slachtoffers, nabestaanden en andere relevante personen in ieder geval met betrekking tot het eerste verzoek om onbegeleid re-integratieverlof ten aanzien van een gedetineerde die is veroordeeld voor een misdrijf, als bedoeld in artikel 51e, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering;
d. de door de gedetineerde geleverde inspanningen om door het strafbare feit veroorzaakte schade te vergoeden;
e. de in het detentie- en re-integratieplan, bedoeld in artikel 18a van de wet, opgenomen aspecten: 1°. het re-integratiedoel waarvoor het re-integratieverlof wordt gevraagd;
2°. de wijze waarop het re-integratieverlof bijdraagt aan de realisatie van het re-integratiedoel;
3°. de duur van het re-integratieverlof;
4°. het aantal keren re-integratieverlof dat verband houdt met het re-integratiedoel.
1°. het re-integratiedoel waarvoor het re-integratieverlof wordt gevraagd;
2°. de wijze waarop het re-integratieverlof bijdraagt aan de realisatie van het re-integratiedoel;
3°. de duur van het re-integratieverlof;
4°. het aantal keren re-integratieverlof dat verband houdt met het re-integratiedoel.
2. Bij de beslissing tot het verlenen van re-integratieverlof aan een gedetineerde die al dan niet onherroepelijk is veroordeeld, worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken:
a. de mate waarin en de wijze waarop de gedetineerde door zijn gedrag gedurende de gehele detentie heeft doen blijken van een bijzondere geschiktheid tot terugkeer in de samenleving;
b. de mogelijkheid om aan het verlof verbonden risico’s te beperken en te beheersen;
c. de belangen van slachtoffers, nabestaanden en andere relevante personen in ieder geval met betrekking tot het eerste verzoek om onbegeleid re-integratieverlof ten aanzien van een gedetineerde die is veroordeeld voor een misdrijf, als bedoeld in artikel 51e, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering;
d. de door de gedetineerde geleverde inspanningen om door het strafbare feit veroorzaakte schade te vergoeden;
e. de in het detentie- en re-integratieplan, bedoeld in artikel 18a van de wet, opgenomen aspecten: 1°. het re-integratiedoel waarvoor het re-integratieverlof wordt gevraagd;
2°. de wijze waarop het re-integratieverlof bijdraagt aan de realisatie van het re-integratiedoel;
3°. de duur van het re-integratieverlof;
4°. het aantal keren re-integratieverlof dat verband houdt met het re-integratiedoel.
1°. het re-integratiedoel waarvoor het re-integratieverlof wordt gevraagd;
2°. de wijze waarop het re-integratieverlof bijdraagt aan de realisatie van het re-integratiedoel;
3°. de duur van het re-integratieverlof;
4°. het aantal keren re-integratieverlof dat verband houdt met het re-integratiedoel.