BWBR0010068
Geldig vanaf 1999-01-01
Artikel 4
Regeling vaststelling maximumpremies Wtz
1. Voor de categorie van personen die een overeenkomst van standaardverzekering heeft afgesloten en die recht heeft op studiefinanciering ingevolge de Wet studiefinanciering 2000, bedraagt de premie voor verzekerden jonger dan 20 jaar ten hoogste € 15,30 per verzekerde per maand en zijn verzekerden die de 20-jarige leeftijd hebben bereikt, geen premie verschuldigd. Voor eigen, aangehuwde en pleegkinderen van de in de eerste volzin bedoelde verzekerden voor wie aanspraak bestaat op kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwetof recht bestaat op persoonsgebonden aftrek wegens uitgaven voor levensonderhoud van kinderen ingevolge artikel 6.1en afdeling 6.4, van de Wet inkomstenbelasting 2001jo. artikel 35en 36 van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001en die tezamen met hun ouders of een van hun ouders zijn verzekerd, is geen premie verschuldigd.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van partners, bedoeld in artikel 3.4 van de Wet studiefinanciering 2000, ten behoeve van wie recht bestaat op een toelage als bedoeld in dat artikel.
3. De in het eerste lid bedoelde verzekerden zijn met ingang van de eerste dag van de maand waarin die verzekerden de 20-jarige leeftijd bereiken, geen premie verschuldigd.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van partners, bedoeld in artikel 3.4 van de Wet studiefinanciering 2000, ten behoeve van wie recht bestaat op een toelage als bedoeld in dat artikel.
3. De in het eerste lid bedoelde verzekerden zijn met ingang van de eerste dag van de maand waarin die verzekerden de 20-jarige leeftijd bereiken, geen premie verschuldigd.