BWBR0010068
Geldig vanaf 1999-01-01
Artikel 1
Regeling vaststelling maximumpremies Wtz
Voor de categorie van personen die met ingang van 1 april 1986 een overeenkomst van standaardverzekering heeft afgesloten en die op de dag daaraan voorafgaand verzekerd of medeverzekerd was in de vrijwillige verzekering ingevolge de Ziekenfondswet, bedraagt de premie ten aanzien van verzekerden die de 65-jarige leeftijd hebben bereikt een bedrag van ten hoogste € 142 per verzekerde per maand en ten aanzien van verzekerden, jonger dan 65 jaar, een bedrag van ten hoogste € 110,50 per verzekerde per maand. Voor eigen, aangehuwde of pleegkinderen tot 30 jaar, die recht hebben op een tegemoetkoming ingevolge hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, dan wel voor wie aanspraak bestaat op kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwetof recht bestaat op persoonsgebonden aftrek wegens uitgaven voor levensonderhoud van kinderen ingevolge artikel 6.1, en afdeling 6.4, van de Wet inkomstenbelasting 2001jo. artikel 35en 36, van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001en die tezamen met hun ouders of een van hun ouders zijn verzekerd, bedraagt de premie ten hoogste € 55,25 per kind per maand. Premie is voor ten hoogste twee kinderen verschuldigd.