BWBR0010048
Geldig vanaf 1999-01-01
Artikel 11
Subsidieregeling Kennisuitwisseling Beroepsonderwijs Bedrijfsleven
1. De minister verdeelt het beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 5, eerste lid, in de volgorde van de door de commissie bepaalde rangschikking, bedoeld in artikel 9, derde lid.
2. De minister kan afwijken van het door de commissie uitgebrachte advies, indien het advies in strijd is met deze regeling dan wel niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen.
3. Subsidieverlening geschiedt onder de voorwaarde dat bij de vaststelling of goedkeuring van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.
4. Bij het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in het derde lid, worden de op grond van artikel 6verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.
2. De minister kan afwijken van het door de commissie uitgebrachte advies, indien het advies in strijd is met deze regeling dan wel niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen.
3. Subsidieverlening geschiedt onder de voorwaarde dat bij de vaststelling of goedkeuring van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.
4. Bij het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in het derde lid, worden de op grond van artikel 6verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.