BWBR0010039
Geldig vanaf 1998-12-15
Artikel 25
Examenregeling frequentiegebruik
1. De beoordeling van de kennis van de kandidaat wordt voor elk examenonderdeel afzonderlijk weergegeven in cijfers, waaraan een waardering wordt toegekend tussen 1,0 en 10,0 waarbij het cijfer 1,0 de laagste en het cijfer 10,0 de hoogste waardering aangeeft. In plaats van een waardering als bedoeld in de eerste volzin mag worden volstaan met de aanduiding “voldoende” of “onvoldoende”.
2. De kandidaat is voor een examen bedoeld, in artikel 23, eerste lid, geslaagd als hij voor elk van de onderdelen van het examen tenminste het cijfer 6,0 heeft behaald.
3. Bij de beoordeling van de gemaakte opgaven van de onderdelen waarin examen wordt afgenomen, wordt, indien een opgave volgens het systeem van meerkeuze moet worden beantwoord, slechts voor het juiste antwoord het daarbij behoren-de aantal punten van de door de examencommissie vastgestelde waarderingsgraad toegekend. De kandidaat behaalt een voldoende voor een onderdeel van het examen indien hij tenminste 70 % van het totaal der punten heeft behaald.
4. Indien een opgave van een onderdeel waarin examen wordt afgenomen niet moet worden beantwoord volgens het systeem van de meerkeuze wordt aan het oordeel van de commissie overgelaten hoeveel punten van de waarderingsgraad voor het antwoord kunnen worden toegekend. De kandidaat behaalt een voldoende voor een onderdeel van het examen indien hij tenminste 60 % van het totaal der punten heeft behaald.
2. De kandidaat is voor een examen bedoeld, in artikel 23, eerste lid, geslaagd als hij voor elk van de onderdelen van het examen tenminste het cijfer 6,0 heeft behaald.
3. Bij de beoordeling van de gemaakte opgaven van de onderdelen waarin examen wordt afgenomen, wordt, indien een opgave volgens het systeem van meerkeuze moet worden beantwoord, slechts voor het juiste antwoord het daarbij behoren-de aantal punten van de door de examencommissie vastgestelde waarderingsgraad toegekend. De kandidaat behaalt een voldoende voor een onderdeel van het examen indien hij tenminste 70 % van het totaal der punten heeft behaald.
4. Indien een opgave van een onderdeel waarin examen wordt afgenomen niet moet worden beantwoord volgens het systeem van de meerkeuze wordt aan het oordeel van de commissie overgelaten hoeveel punten van de waarderingsgraad voor het antwoord kunnen worden toegekend. De kandidaat behaalt een voldoende voor een onderdeel van het examen indien hij tenminste 60 % van het totaal der punten heeft behaald.