BWBR0010039
Geldig vanaf 1998-12-15
Artikel 24
Examenregeling frequentiegebruik
1. Voorzover praktische vaardigheden deel uitmaken van het examen mag de termijn tussen het schriftelijk examen en het praktijkgedeelte ten hoogste vijf jaar bedragen.
2. De tijdsduur van de examens, bedoeld in artikel 23, eerste lid, bedraagt:
a. het examen ter verkrijging van het algemeen certificaat maritieme radio-communicatie: maximaal twee uur en dertig minuten, welke tijd als volgt wordt verdeeld over de onderdelen waarin examen wordt afgenomen: 1º. voorschriften, procedures en techniek: 90 minuten
2º. Engels: 30 minuten
3º. aardrijkskunde: 30 minuten.
1º. voorschriften, procedures en techniek: 90 minuten
2º. Engels: 30 minuten
3º. aardrijkskunde: 30 minuten.
b. het examen ter verkrijging van het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie: maximaal 90 minuten;
c. het examen ter verkrijging van het basiscertificaat marifonie: maximaal 60 minuten;
d. het examen ter verkrijging van de module GMDSS-B: 30 minuten.
3. In afwijking van artikel 7, eerste lid, is in geval van het examen, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onder c, en d, ten minste een lid van de commissie dan wel een door de voorzitter aangewezen persoon aanwezig, welke namens de voorzitter verantwoordelijk is voor het examen.
2. De tijdsduur van de examens, bedoeld in artikel 23, eerste lid, bedraagt:
a. het examen ter verkrijging van het algemeen certificaat maritieme radio-communicatie: maximaal twee uur en dertig minuten, welke tijd als volgt wordt verdeeld over de onderdelen waarin examen wordt afgenomen: 1º. voorschriften, procedures en techniek: 90 minuten
2º. Engels: 30 minuten
3º. aardrijkskunde: 30 minuten.
1º. voorschriften, procedures en techniek: 90 minuten
2º. Engels: 30 minuten
3º. aardrijkskunde: 30 minuten.
b. het examen ter verkrijging van het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie: maximaal 90 minuten;
c. het examen ter verkrijging van het basiscertificaat marifonie: maximaal 60 minuten;
d. het examen ter verkrijging van de module GMDSS-B: 30 minuten.
3. In afwijking van artikel 7, eerste lid, is in geval van het examen, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onder c, en d, ten minste een lid van de commissie dan wel een door de voorzitter aangewezen persoon aanwezig, welke namens de voorzitter verantwoordelijk is voor het examen.