BWBR0010008
Geldig vanaf 1999-02-24
Artikel 5
Tijdelijke regeling innovatieve tieneropvangprojecten
1. De Minister zal aan de hand van de volgende criteria uit de ingediende aanvragen een aantal tieneropvangprojecten selecteren voor het verlenen van een uitkering op grond van artikel 2:
a. spreiding naar type gemeente;
b. spreiding naar verschillende vormen van tieneropvang;
c. spreiding naar het georganiseerd verband waarin tieneropvang wordt geboden;
d. de mate waarin het tieneropvangproject bijdraagt aan het verkrijgen van gegevens om te komen tot een maatschappelijk en beleidsmatig toekomstperspectief voor tieneropvang.
2. De Minister kan een uitkering verlenen voor een kleiner aantal opvangplaatsen dan waarvoor een aanvraag is gedaan, indien daarmee naar het oordeel van de Minister geen afbreuk wordt gedaan aan de geschiktheid van het tieneropvangproject volgens de in het eerste lid genoemde criteria.
a. spreiding naar type gemeente;
b. spreiding naar verschillende vormen van tieneropvang;
c. spreiding naar het georganiseerd verband waarin tieneropvang wordt geboden;
d. de mate waarin het tieneropvangproject bijdraagt aan het verkrijgen van gegevens om te komen tot een maatschappelijk en beleidsmatig toekomstperspectief voor tieneropvang.
2. De Minister kan een uitkering verlenen voor een kleiner aantal opvangplaatsen dan waarvoor een aanvraag is gedaan, indien daarmee naar het oordeel van de Minister geen afbreuk wordt gedaan aan de geschiktheid van het tieneropvangproject volgens de in het eerste lid genoemde criteria.