BWBR0010008
Geldig vanaf 1999-02-24
Artikel 3
Tijdelijke regeling innovatieve tieneropvangprojecten
1. Bij de verlening bestaat de meerjarige uitkering maximaal uit de in een door de Minister goedgekeurde projectbegroting opgenomen kosten voor een tieneropvangproject tot een bedrag van de som van:
a. de helft van de totale exploitatiekosten tot een maximum van € 1 588,23 op jaarbasis per tieneropvangplaats;
b. de totale investeringskosten tot een maximum van € 1 815,12 per tieneropvangplaats;
c. de totale voorbereidings- en ontwikkelingskosten tot een maximum van € 907,56 per tieneropvangplaats tot een maximum van € 34 033,52 per tieneropvangproject; voor zover dat bedrag de kosten die ten laste van de gemeente komen niet overschrijdt.
2. De meerjarige uitkering wordt zonder onderscheid te maken naar kostensoort en ongeacht het aantal in stand gehouden tieneropvangplaatsen vastgesteld op het saldo van de werkelijke lasten en baten van de gemeente met als maximum het bedrag van de verleende uitkering.
a. de helft van de totale exploitatiekosten tot een maximum van € 1 588,23 op jaarbasis per tieneropvangplaats;
b. de totale investeringskosten tot een maximum van € 1 815,12 per tieneropvangplaats;
c. de totale voorbereidings- en ontwikkelingskosten tot een maximum van € 907,56 per tieneropvangplaats tot een maximum van € 34 033,52 per tieneropvangproject; voor zover dat bedrag de kosten die ten laste van de gemeente komen niet overschrijdt.
2. De meerjarige uitkering wordt zonder onderscheid te maken naar kostensoort en ongeacht het aantal in stand gehouden tieneropvangplaatsen vastgesteld op het saldo van de werkelijke lasten en baten van de gemeente met als maximum het bedrag van de verleende uitkering.