BWBR0010003
Geldig vanaf 1999-08-14
Artikel 9
Wet grensoverschrijdende betaaldiensten
1. De betalingsverkeerinstelling van een begunstigde is verplicht, na aanvaarding van een bedrag uit een grensoverschrijdende overmaking, de rekening van de begunstigde voor het volledige bedrag daarvan te crediteren met dien verstande dat indien de opdrachtgever uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven dat de kosten van de grensoverschrijdende overmaking geheel of gedeeltelijk voor rekening van de begunstigde moeten komen, de betalingsverkeerinstelling van de begunstigde deze kosten op dat bedrag in mindering mag brengen. De betalingsverkeerinstelling van een begunstigde is, onverminderd enige andere vordering, verplicht elk door hem in strijd met de instructies van de opdrachtgever in mindering gebracht bedrag, zonder kosten in rekening te brengen, alsnog ter beschikking van de begunstigde te stellen.
2. Niettegenstaande het eerste lid kunnen de betalingsverkeerinstelling van de begunstigde en de begunstigde overeenkomen dat de kosten terzake van het beheer van een rekening ten laste worden gebracht van de begunstigde. Het in rekening brengen van deze kosten kan evenwel niet door de betalingsverkeerinstelling worden aangevoerd als reden om de haar bij het eerste lid opgelegde verplichtingen niet na te komen.
2. Niettegenstaande het eerste lid kunnen de betalingsverkeerinstelling van de begunstigde en de begunstigde overeenkomen dat de kosten terzake van het beheer van een rekening ten laste worden gebracht van de begunstigde. Het in rekening brengen van deze kosten kan evenwel niet door de betalingsverkeerinstelling worden aangevoerd als reden om de haar bij het eerste lid opgelegde verplichtingen niet na te komen.