BWBR0010003
Geldig vanaf 1999-08-14
Artikel 7
Wet grensoverschrijdende betaaldiensten
1. Indien een grensoverschrijdende overmaking niet binnen de termijn die voortvloeit uit artikel 5, eerste lid, is uitgevoerd, en dit te wijten is aan een bemiddelende instelling, heeft de betalingsverkeerinstelling van de opdrachtgever of buitenlandse instelling van de opdrachtgever recht op een vergoeding van de bemiddelende instelling.
2. De vergoeding bedoeld in het eerste lid, bedraagt de wettelijke rente op het bedrag van de grensoverschrijdende overmaking over de periode tussen het einde van de termijn bedoeld in artikel 5, eerste lid, en de datum waarop de rekening van de betalingsverkeerinstelling of de buitenlandse instelling van de begunstigde met het bedrag wordt gecrediteerd.
3. De uit de voorgaande leden voortvloeiende rechten en bevoegdheden komen aan de bij de uitvoering van de grensoverschrijdende overmaking betrokken instellingen toe, onverminderd al hun andere rechten en bevoegdheden.
2. De vergoeding bedoeld in het eerste lid, bedraagt de wettelijke rente op het bedrag van de grensoverschrijdende overmaking over de periode tussen het einde van de termijn bedoeld in artikel 5, eerste lid, en de datum waarop de rekening van de betalingsverkeerinstelling of de buitenlandse instelling van de begunstigde met het bedrag wordt gecrediteerd.
3. De uit de voorgaande leden voortvloeiende rechten en bevoegdheden komen aan de bij de uitvoering van de grensoverschrijdende overmaking betrokken instellingen toe, onverminderd al hun andere rechten en bevoegdheden.