BWBR0010003
Geldig vanaf 1999-08-14
Artikel 14
Wet grensoverschrijdende betaaldiensten
1. Indien de creditering van een rekening van de instelling van de begunstigde met het bedrag van de grensoverschrijdende overmaking niet tot stand is gekomen ingevolge foutieve of onvolledige instructies van de opdrachtgever aan zijn betalingsverkeerinstelling, of ingevolge niet-uitvoering van de overmaking door een bemiddelende instelling of buitenlandse bemiddelende instelling die uitdrukkelijk door de opdrachtgever is gekozen, zijn in afwijking van de verplichtingen die ingevolge de artikelen 11en 12op hen zouden rusten, de betalingsverkeerinstelling van de opdrachtgever en de bij de transactie betrokken bemiddelende instellingen slechts verplicht al het mogelijke te doen om het bedrag van de overmaking terug te betalen.
2. Wanneer het bedrag bedoeld in het eerste lid, is terugverkregen door de betalingsverkeerinstelling van de opdrachtgever, is deze betalingsverkeerinstelling verplicht de opdrachtgever voor dat bedrag te crediteren.
3. Het bedrag bedoeld in het tweede lid, mag worden verminderd met de voor de betalingsverkeerinstelling van de opdrachtgever en de bij de transactie betrokken bemiddelende instellingen aan de terugverkrijging verbonden kosten, mits deze worden gespecificeerd.
2. Wanneer het bedrag bedoeld in het eerste lid, is terugverkregen door de betalingsverkeerinstelling van de opdrachtgever, is deze betalingsverkeerinstelling verplicht de opdrachtgever voor dat bedrag te crediteren.
3. Het bedrag bedoeld in het tweede lid, mag worden verminderd met de voor de betalingsverkeerinstelling van de opdrachtgever en de bij de transactie betrokken bemiddelende instellingen aan de terugverkrijging verbonden kosten, mits deze worden gespecificeerd.