BWBR0009956
Geldig vanaf 1998-11-01
Artikel 7.4
Model huisregels justitiële TBS-inrichtingen
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
het recht van de verpleegde in beginsel eenmaal per week gedurende 10 minuten een of meer telefoongesprekken te voeren met personen buiten de inrichting;
de tijden en plaatsen en het voor het gesprek of de gesprekken te gebruiken toestel;
de mogelijkheid van toezicht op het telefoongesprek of de telefoongesprekken en in welke gevallen dat kan plaatsvinden;
de mogelijkheid het voeren van telefoongesprekken of een bepaald telefoongesprek telkens voor een periode van ten hoogste vier weken te weigeren en in welke gevallen dat mogelijk is;
de mogelijkheid een telefoongesprek binnen de daarvoor bestemde tijd te beëindigen en in welke gevallen dat mogelijk is.
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
tijden en plaatsen waarop de verpleegde geprivilegieerde telefoongesprekken kan voeren, waarbij tevens vermeld kan worden dat geen ander toezicht wordt uitgeoefend dan noodzakelijk is om de identiteit vast te stellen van de persoon of instantie met wie de verpleegde wenst te telefoneren.
het recht van de verpleegde in beginsel eenmaal per week gedurende 10 minuten een of meer telefoongesprekken te voeren met personen buiten de inrichting;
de tijden en plaatsen en het voor het gesprek of de gesprekken te gebruiken toestel;
de mogelijkheid van toezicht op het telefoongesprek of de telefoongesprekken en in welke gevallen dat kan plaatsvinden;
de mogelijkheid het voeren van telefoongesprekken of een bepaald telefoongesprek telkens voor een periode van ten hoogste vier weken te weigeren en in welke gevallen dat mogelijk is;
de mogelijkheid een telefoongesprek binnen de daarvoor bestemde tijd te beëindigen en in welke gevallen dat mogelijk is.
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
tijden en plaatsen waarop de verpleegde geprivilegieerde telefoongesprekken kan voeren, waarbij tevens vermeld kan worden dat geen ander toezicht wordt uitgeoefend dan noodzakelijk is om de identiteit vast te stellen van de persoon of instantie met wie de verpleegde wenst te telefoneren.