BWBR0009956
Geldig vanaf 1998-11-01
Artikel 7.3
Model huisregels justitiële TBS-inrichtingen
In de huisregels worden regels gesteld over:
de wijze waarop bezoek wordt aangevraagd en binnen welke termijn op de aanvraag door het hoofd van de inrichting wordt beslist.
In de huisregels kan informatie worden verstrekt over:
welke frequentie van bezoek is toegestaan (tenminste gedurende een uur per week);
op welke tijden en plaatsen bezoek kan worden ontvangen;
op welke grond het mogelijk is het aantal bezoekers te beperken;
op welke gronden het mogelijk is de toelating tot de verpleegde van bezoek of van een bepaalde persoon of bepaalde personen te weigeren;
op welke gronden toezicht tijdens het bezoek kan worden uitgeoefend, wat dat toezicht inhoudt, dat tevoren aan de verpleegde mededeling wordt gedaan van de aard en reden van het toezicht;
de verplichting van iedere bezoeker zich te legitimeren;
de mogelijkheid een onderzoek aan de kleding van bezoekers te laten plaatsvinden op voorwerpen die gevaar kunnen opleveren voor de orde en veiligheid in de inrichting;
de mogelijkheid dat een onderzoek ook betrekking heeft op door de bezoeker meegebrachte voorwerpen;
wat met dergelijke voorwerpen wordt gedaan door het hoofd van de inrichting;
de bevoegdheid van het hoofd van de inrichting het bezoek binnen de daarvoor bestemde tijd te beëindigen en op welke gronden dat mogelijk is.
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
wanneer en waar geprivilegieerd bezoek kan plaatsvinden (met uitzondering van de Centrale Raad voor Strafrechtstoepassing en de commissie van toezicht, die te allen tijde toegang tot de verpleegde hebben). Hierbij wordt vermeld het recht op consulaire bijstand voor vreemdelingen (zoals vermeld in het Verdrag van Wenen van 24 april 1963; art. 36)en de verplichting van het hoofd van de inrichting aan een dergelijk verzoek van een vreemdeling gehoor te geven.
In de huisregels kan informatie worden verstrekt over:
hoe geprivilegieerd bezoek zich dient te legitimeren;
de bevoegdheid van geprivilegieerd bezoek zich in beginsel vrijelijk te onderhouden met de verpleegde.
de wijze waarop bezoek wordt aangevraagd en binnen welke termijn op de aanvraag door het hoofd van de inrichting wordt beslist.
In de huisregels kan informatie worden verstrekt over:
welke frequentie van bezoek is toegestaan (tenminste gedurende een uur per week);
op welke tijden en plaatsen bezoek kan worden ontvangen;
op welke grond het mogelijk is het aantal bezoekers te beperken;
op welke gronden het mogelijk is de toelating tot de verpleegde van bezoek of van een bepaalde persoon of bepaalde personen te weigeren;
op welke gronden toezicht tijdens het bezoek kan worden uitgeoefend, wat dat toezicht inhoudt, dat tevoren aan de verpleegde mededeling wordt gedaan van de aard en reden van het toezicht;
de verplichting van iedere bezoeker zich te legitimeren;
de mogelijkheid een onderzoek aan de kleding van bezoekers te laten plaatsvinden op voorwerpen die gevaar kunnen opleveren voor de orde en veiligheid in de inrichting;
de mogelijkheid dat een onderzoek ook betrekking heeft op door de bezoeker meegebrachte voorwerpen;
wat met dergelijke voorwerpen wordt gedaan door het hoofd van de inrichting;
de bevoegdheid van het hoofd van de inrichting het bezoek binnen de daarvoor bestemde tijd te beëindigen en op welke gronden dat mogelijk is.
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
wanneer en waar geprivilegieerd bezoek kan plaatsvinden (met uitzondering van de Centrale Raad voor Strafrechtstoepassing en de commissie van toezicht, die te allen tijde toegang tot de verpleegde hebben). Hierbij wordt vermeld het recht op consulaire bijstand voor vreemdelingen (zoals vermeld in het Verdrag van Wenen van 24 april 1963; art. 36)en de verplichting van het hoofd van de inrichting aan een dergelijk verzoek van een vreemdeling gehoor te geven.
In de huisregels kan informatie worden verstrekt over:
hoe geprivilegieerd bezoek zich dient te legitimeren;
de bevoegdheid van geprivilegieerd bezoek zich in beginsel vrijelijk te onderhouden met de verpleegde.