BWBR0009814
Geldig vanaf 1998-09-01
Artikel 9
Uitvoeringsregeling varkensheffing
1. De heffingplichtige doet jaarlijks voor 1 februari opgave van het aantal en de ligging van de vestigingen, bedoeld in artikel 1, derde lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, waaruit zijn bedrijf bestaat.
2. Voor de toepassing van het eerste liden artikel 91e van de Gezondheids- en welzijnswet voor dierenworden de tot een vestiging behorende percelen grond, gebouwen of af-gescheiden gedeelten daarvan als aangrenzend beschouwd, indien zij onderling voor al het, voor het houden van varkens noodzakelijke, verkeer rechtstreeks bereikbaar zijn, anders dan via een openbare weg.
3. De opgave, bedoeld in het eerste lid, geschiedt door het inleveren of toezenden van een overeenkomstig de daarbij aangegeven wijze volledig en naar waarheid ingevuld en ondertekend formulier, zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling, met de daarbij gevraagde bescheiden.
4. In afwijking van het eerste lid is de heffingplichtige in 1998 verplicht de in het eerste lid bedoelde opgave te doen voor 14 oktober en in 1999 voor 15 april van het desbetreffende jaar.
2. Voor de toepassing van het eerste liden artikel 91e van de Gezondheids- en welzijnswet voor dierenworden de tot een vestiging behorende percelen grond, gebouwen of af-gescheiden gedeelten daarvan als aangrenzend beschouwd, indien zij onderling voor al het, voor het houden van varkens noodzakelijke, verkeer rechtstreeks bereikbaar zijn, anders dan via een openbare weg.
3. De opgave, bedoeld in het eerste lid, geschiedt door het inleveren of toezenden van een overeenkomstig de daarbij aangegeven wijze volledig en naar waarheid ingevuld en ondertekend formulier, zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling, met de daarbij gevraagde bescheiden.
4. In afwijking van het eerste lid is de heffingplichtige in 1998 verplicht de in het eerste lid bedoelde opgave te doen voor 14 oktober en in 1999 voor 15 april van het desbetreffende jaar.