BWBR0009814
Geldig vanaf 1998-09-01
Artikel 14
Uitvoeringsregeling varkensheffing
1. De inspecteur legt een voorlopige aanslag op, indien het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld, na verrekening van reeds opgelegde voorlopige aanslagen, zulks naar zijn mening rechtvaardigt.
2. De bepaling van het bedrag van een voorlopige aanslag die wordt vastgesteld in het tijdvak waarover de varkensheffing wordt geheven, geschiedt op basis van de ten aanzien van het bedrijf van de heffingplichtige geregistreerde gegevens betreffende het varkensrecht, bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Wet herstructurering varkens-houderij, geldend op de dag voorafgaand aan het opleggen van de voorlopige aanslag.
2. De bepaling van het bedrag van een voorlopige aanslag die wordt vastgesteld in het tijdvak waarover de varkensheffing wordt geheven, geschiedt op basis van de ten aanzien van het bedrijf van de heffingplichtige geregistreerde gegevens betreffende het varkensrecht, bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Wet herstructurering varkens-houderij, geldend op de dag voorafgaand aan het opleggen van de voorlopige aanslag.