BWBR0009814
Geldig vanaf 1998-09-01
Artikel 10
Uitvoeringsregeling varkensheffing
1. De heffingplichtige houdt een administratie bij van het aantal door hem gehouden varkens, onderscheiden naar de in de bijlage, behorende bij artikel 91b, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, opgenomen diercategorieën binnen die diersoort. Indien een heffingplichtige op meer dan één bedrijf varkens houdt, houdt hij voor elk bedrijf afzonderlijk een administratie bij.
2. De administratie bevat de gegevens en wordt opgemaakt overeenkomstig artikel 2 van de Regeling administratieve verplichtingen Meststoffenwet.
3. De administratie bevat de gegevens en wordt opgemaakt overeenkomstig artikel 3 van de Regeling administratieve verplichtingen Meststoffenwet, indien op het bedrijf artikel 38, eerste lid, van de Meststoffenwetvan toepassing is.
4. De administratie heeft betrekking op een jaar en wordt afgesloten vóór de eerste februari volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft.
5. Het eerste lid is niet van toepassing op de heffingplichtige die een bedrijf voert waarvan het gemiddeld in een jaar op het bedrijf gehouden aantal dieren van de in bijlage A bij de Meststoffenwetonderscheiden diercategorieën, omgerekend in grootvee-eenheden overeenkomstig de in die bijlage daarvoor opgenomen normen, drie of minder bedraagt, en de gemiddeld in het desbetreffende jaar tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouw-grond drie hectare of minder bedraagt.
2. De administratie bevat de gegevens en wordt opgemaakt overeenkomstig artikel 2 van de Regeling administratieve verplichtingen Meststoffenwet.
3. De administratie bevat de gegevens en wordt opgemaakt overeenkomstig artikel 3 van de Regeling administratieve verplichtingen Meststoffenwet, indien op het bedrijf artikel 38, eerste lid, van de Meststoffenwetvan toepassing is.
4. De administratie heeft betrekking op een jaar en wordt afgesloten vóór de eerste februari volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft.
5. Het eerste lid is niet van toepassing op de heffingplichtige die een bedrijf voert waarvan het gemiddeld in een jaar op het bedrijf gehouden aantal dieren van de in bijlage A bij de Meststoffenwetonderscheiden diercategorieën, omgerekend in grootvee-eenheden overeenkomstig de in die bijlage daarvoor opgenomen normen, drie of minder bedraagt, en de gemiddeld in het desbetreffende jaar tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouw-grond drie hectare of minder bedraagt.