BWBR0009756
Geldig vanaf 1999-01-01
Artikel 7
Wet privatisering FVP
1. Het bestuur van de stichting legt aan de Nederlandsche Bank jaarlijks voor 1 juli een door een accountant als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/393" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 393, lid 1, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>gecontroleerd verslag van het voorgaande boekjaar over, waarin een volledig beeld van de financiële toestand van de stichting wordt gegeven en waaruit ten genoegen van de Nederlandsche Bank blijkt dat aan deze wet wordt voldaan. Het boekjaar van de stichting loopt gelijk met het kalenderjaar.
2. De Nederlandsche Bank kan aanwijzingen geven met betrekking tot de vorm en inhoud van het in het eerste lid bedoelde verslag.
3. Het bestuur van de stichting verstrekt de Nederlandsche Bank een afschrift van haar statuten, stelt de Nederlandsche Bank in kennis van een voornemen tot wijziging van de statuten en verstrekt de Nederlandsche Bank onverwijld een authentiek gewaarmerkt afschrift van de notariële akte waarin een statutenwijziging is neergelegd.
4. Indien het bestuur van de stichting ter nadere uitwerking van de doelstelling een reglement opstelt zendt het dit reglement, alsmede iedere wijziging hiervan, onverwijld ter kennisneming aan de Nederlandsche Bank.
5. Het bestuur van de stichting verstrekt de Nederlandsche Bank voorts alle informatie die de Nederlandsche Bank voor de uitoefening van het toezicht noodzakelijk acht.
2. De Nederlandsche Bank kan aanwijzingen geven met betrekking tot de vorm en inhoud van het in het eerste lid bedoelde verslag.
3. Het bestuur van de stichting verstrekt de Nederlandsche Bank een afschrift van haar statuten, stelt de Nederlandsche Bank in kennis van een voornemen tot wijziging van de statuten en verstrekt de Nederlandsche Bank onverwijld een authentiek gewaarmerkt afschrift van de notariële akte waarin een statutenwijziging is neergelegd.
4. Indien het bestuur van de stichting ter nadere uitwerking van de doelstelling een reglement opstelt zendt het dit reglement, alsmede iedere wijziging hiervan, onverwijld ter kennisneming aan de Nederlandsche Bank.
5. Het bestuur van de stichting verstrekt de Nederlandsche Bank voorts alle informatie die de Nederlandsche Bank voor de uitoefening van het toezicht noodzakelijk acht.