BWBR0009756
Geldig vanaf 1999-01-01
Artikel 3
Wet privatisering FVP
1. Op de datum waarop het besluit tot aanwijzing van de stichting in werking treedt gaan alle vermogensbestanddelen van het fonds onder algemene titel over op de stichting.
2. Het bestuur van het fonds doet van de in het eerste lid bedoelde vermogensbestanddelen door een accountant als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/393" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 393, lid 1, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>een verklaring opstellen, die door de stichting wordt neergelegd ten kantore van de Kamer van Koophandel.
3. Ingeval op grond van het eerste lid registergoederen overgaan zal verandering in de tenaamstelling in de openbare registers, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005291" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek</a>plaatsvinden. De daartoe benodigde opgaven worden door de zorg van het bestuur van het fonds aan de bewaarders van de desbetreffende registers gedaan.
4. Terzake van de overgang van vermogensbestanddelen, bedoeld in het derde lid, blijft heffing van overdrachtsbelasting achterwege.
2. Het bestuur van het fonds doet van de in het eerste lid bedoelde vermogensbestanddelen door een accountant als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/393" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 393, lid 1, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>een verklaring opstellen, die door de stichting wordt neergelegd ten kantore van de Kamer van Koophandel.
3. Ingeval op grond van het eerste lid registergoederen overgaan zal verandering in de tenaamstelling in de openbare registers, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005291" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek</a>plaatsvinden. De daartoe benodigde opgaven worden door de zorg van het bestuur van het fonds aan de bewaarders van de desbetreffende registers gedaan.
4. Terzake van de overgang van vermogensbestanddelen, bedoeld in het derde lid, blijft heffing van overdrachtsbelasting achterwege.