BWBR0009632
Geldig vanaf 2002-07-01
Artikel 9
Besluit vangnetregeling huursubsidie
1. De verklaring, bedoeld in artikel 26f, derde lid, van de wet, dient ter vaststelling van de naleving van de in artikel 8aan burgemeester en wethouders gestelde voorwaarden, ter vaststelling van de uitvoeringskosten en ter vaststelling van de deugdelijkheid van de door burgemeester en wethouders verstrekte gegevens.
2. De verklaring wordt opgesteld met inachtneming van het in de bijlageopgenomen protocol en overeenkomstig het in de bijlageopgenomen model.
3. De verklaring dient in ieder geval betrekking te hebben op:
a. de naleving door burgemeester en wethouders van de in de wet en de daarop berustende bepalingen gestelde voorwaarden en
b. de getrouwheid van de door burgemeester en wethouders in het betreffende subsidiejaar gedeclareerde kosten.
4. De verklaring heeft uitsluitend een goedkeurende strekking voorzover, naar het oordeel van de deskundige, bedoeld in artikel 26f, derde lid, van de wet, de som van de fouten bij de uitbetalingen van bijzondere bijdragen in de huurlasten niet meer bedraagt dan:
a. indien het totale bedrag van de in het subsidiejaar uitbetaalde bijzondere bijdragen in de huurlasten meer dan € 900 000 bedraagt: 2% van het uitbetaalde bedrag;
b. indien dat bedrag meer dan € 450 000, doch € 900 000 of minder bedraagt: 3% van het uitbetaalde bedrag;
c. indien dat bedrag meer dan € 220 000, doch € 450 000 of minder bedraagt: 4% van het uitbetaalde bedrag;
d. indien dat bedrag meer dan € 110 000, doch € 220 000 of minder bedraagt: 5% van het uitbetaalde bedrag;
e. indien dat bedrag meer dan € 50 000, doch € 110 000 of minder bedraagt: 6% van het uitbetaalde bedrag, of
f. indien dat bedrag € 50 000 of minder bedraagt: 10% van het uitbetaalde bedrag.
5. De deskundige, bedoeld in artikel 26f, derde lid, van de wet, stelt een rapport van bevindingen bij de verklaring op, waarin hij zijn oordeel geeft over de wijze waarop burgemeester en wethouders de juistheid en volledigheid van de bij de aanvragen verstrekte gegevens hebben onderzocht en over het verdere gevoerde beleid op het terrein van misbruik en oneigenlijk gebruik.
2. De verklaring wordt opgesteld met inachtneming van het in de bijlageopgenomen protocol en overeenkomstig het in de bijlageopgenomen model.
3. De verklaring dient in ieder geval betrekking te hebben op:
a. de naleving door burgemeester en wethouders van de in de wet en de daarop berustende bepalingen gestelde voorwaarden en
b. de getrouwheid van de door burgemeester en wethouders in het betreffende subsidiejaar gedeclareerde kosten.
4. De verklaring heeft uitsluitend een goedkeurende strekking voorzover, naar het oordeel van de deskundige, bedoeld in artikel 26f, derde lid, van de wet, de som van de fouten bij de uitbetalingen van bijzondere bijdragen in de huurlasten niet meer bedraagt dan:
a. indien het totale bedrag van de in het subsidiejaar uitbetaalde bijzondere bijdragen in de huurlasten meer dan € 900 000 bedraagt: 2% van het uitbetaalde bedrag;
b. indien dat bedrag meer dan € 450 000, doch € 900 000 of minder bedraagt: 3% van het uitbetaalde bedrag;
c. indien dat bedrag meer dan € 220 000, doch € 450 000 of minder bedraagt: 4% van het uitbetaalde bedrag;
d. indien dat bedrag meer dan € 110 000, doch € 220 000 of minder bedraagt: 5% van het uitbetaalde bedrag;
e. indien dat bedrag meer dan € 50 000, doch € 110 000 of minder bedraagt: 6% van het uitbetaalde bedrag, of
f. indien dat bedrag € 50 000 of minder bedraagt: 10% van het uitbetaalde bedrag.
5. De deskundige, bedoeld in artikel 26f, derde lid, van de wet, stelt een rapport van bevindingen bij de verklaring op, waarin hij zijn oordeel geeft over de wijze waarop burgemeester en wethouders de juistheid en volledigheid van de bij de aanvragen verstrekte gegevens hebben onderzocht en over het verdere gevoerde beleid op het terrein van misbruik en oneigenlijk gebruik.