BWBR0009614
Geldig vanaf 1998-10-01
Artikel 6
Uitvoeringswet Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie
1. Het rapport, bedoeld in artikel 15van het verdrag, wordt door de vergunninghouder wiens bemiddeling door de aspirant-adoptiefouders is ingeroepen – in deze wet verder aan te duiden als «de vergunninghouder» – samengesteld en toegezonden aan de centrale autoriteit van de staat van herkomst, onder mededeling dat bij de binnenkomst van het kind in Nederland moet zijn voldaan aan de voorwaarde van <a href="/wet/BWBR0004447/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8, onder a, van de Wet opneming buitenlandse kinderen</a>ter adoptie.
2. Ingeval de adoptie in de staat van herkomst wordt uitgesproken en deze adoptie niet tot gevolg zal hebben dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken, roept de vergunninghouder de tussenkomst van de centrale autoriteit van de staat van herkomst in met het oog op de verkrijging van de in artikel 4, onder c en d, van het verdrag bedoelde toestemmingen voor de omzetting van de adoptie in een adoptie naar Nederlands recht.
2. Ingeval de adoptie in de staat van herkomst wordt uitgesproken en deze adoptie niet tot gevolg zal hebben dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken, roept de vergunninghouder de tussenkomst van de centrale autoriteit van de staat van herkomst in met het oog op de verkrijging van de in artikel 4, onder c en d, van het verdrag bedoelde toestemmingen voor de omzetting van de adoptie in een adoptie naar Nederlands recht.