BWBR0009614
Geldig vanaf 1998-10-01
Artikel 2
Uitvoeringswet Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie
1. Onze Minister van Justitie wordt voor Nederland aangewezen als centrale autoriteit, bedoeld in artikel 6van het verdrag.
2. De centrale autoriteit is belast met de in het verdrag omschreven taken van de centrale autoriteit, voor zover deze niet door deze wet of door de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie aan andere autoriteiten of instellingen zijn opgedragen.
2. De centrale autoriteit is belast met de in het verdrag omschreven taken van de centrale autoriteit, voor zover deze niet door deze wet of door de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie aan andere autoriteiten of instellingen zijn opgedragen.