BWBR0009483
Geldig vanaf 1998-03-29
Artikel 3
Examenreglement voor beroepsvliegbewijzen
a. Voor het verrichten van de noodzakelijke secretariaatswerkzaamheden is aan de examencommissie binnen de organisatie van de divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat een secretariaat ter beschikking gesteld.
b. De voorzitter kan een plaatsvervangend voorzitter belasten met de verantwoordelijkheid voor bepaalde deeltaken binnen de examencommissie.
c. Voor werkzaamheden in de examencommissie worden de leden namens de voorzitter door de secretaris opgeroepen voor zover de aard en de omvang van de werkzaamheden zulks vereisen. In geval van verhindering moeten zij daarvan onverwijld kennis geven aan de secretaris, waarna deze in overleg met de voorzitter voor tijdelijke vervanging zorgdraagt.
d. Voor ieder af te nemen examen draagt de secretaris, in overleg met de voorzitter, zorg voor de nodige ruimte, materialen en examenpapier. Voor de aanvang van het examen controleert hij of de ter beschikking gestelde ruimte in orde is en rapporteert dit aan de voorzitter.
e. Bij het schriftelijk examen zijn voor ieder examenvak tenminste twee leden van de examencommissie voor het houden van toezicht aanwezig, tenzij in verband met de aard en de inrichting van het lokaal en de examenopgaven naar het oordeel van de voorzitter één lid voldoende kan worden geacht. Een mondeling examen wordt door tenminste twee leden van de examencommissie afgenomen.
f. Het bij examens gemaakt schriftelijk werk wordt na afloop van het examen bewaard bij het secretariaat.
g. vervallen.
h. Bij ieder examen moet de kandidaat zich desgevraagd legitimeren door middel van een geldig identiteitsbewijs, voorzien van een goed gelijkende pasfoto. Tevens dient de kandidaat zijn oproep naar het examen mede te nemen.
i. Het schriftelijk werd moet door de kandidaat met niet uitwisbaar schrijfmateriaal worden gemaakt.
b. De voorzitter kan een plaatsvervangend voorzitter belasten met de verantwoordelijkheid voor bepaalde deeltaken binnen de examencommissie.
c. Voor werkzaamheden in de examencommissie worden de leden namens de voorzitter door de secretaris opgeroepen voor zover de aard en de omvang van de werkzaamheden zulks vereisen. In geval van verhindering moeten zij daarvan onverwijld kennis geven aan de secretaris, waarna deze in overleg met de voorzitter voor tijdelijke vervanging zorgdraagt.
d. Voor ieder af te nemen examen draagt de secretaris, in overleg met de voorzitter, zorg voor de nodige ruimte, materialen en examenpapier. Voor de aanvang van het examen controleert hij of de ter beschikking gestelde ruimte in orde is en rapporteert dit aan de voorzitter.
e. Bij het schriftelijk examen zijn voor ieder examenvak tenminste twee leden van de examencommissie voor het houden van toezicht aanwezig, tenzij in verband met de aard en de inrichting van het lokaal en de examenopgaven naar het oordeel van de voorzitter één lid voldoende kan worden geacht. Een mondeling examen wordt door tenminste twee leden van de examencommissie afgenomen.
f. Het bij examens gemaakt schriftelijk werk wordt na afloop van het examen bewaard bij het secretariaat.
g. vervallen.
h. Bij ieder examen moet de kandidaat zich desgevraagd legitimeren door middel van een geldig identiteitsbewijs, voorzien van een goed gelijkende pasfoto. Tevens dient de kandidaat zijn oproep naar het examen mede te nemen.
i. Het schriftelijk werd moet door de kandidaat met niet uitwisbaar schrijfmateriaal worden gemaakt.