Artikel 1
1. De examencommissie voor beroepsvliegbewijzen is belast met het afnemen van examens voor:
a. bewijzen van bevoegdheid als beroeps- en verkeersvlieger;
b. klasse- en typebevoegdverklaringen indien: 1°. de kandidaat houder is van een beroeps- of verkeersvliegbewijs van de betreffende categorie, of
2°. de kandidaat houder is van de bevoegdverklaring blindvliegen en het betreffende type of klasse vliegtuig onder IFR wenst te besturen, of
3°. het vliegtuigtype voor besturing door meer dan één vlieger gecertificeerd is.
1°. de kandidaat houder is van een beroeps- of verkeersvliegbewijs van de betreffende categorie, of
2°. de kandidaat houder is van de bevoegdverklaring blindvliegen en het betreffende type of klasse vliegtuig onder IFR wenst te besturen, of
3°. het vliegtuigtype voor besturing door meer dan één vlieger gecertificeerd is.
c. de bevoegdverklaring blindvliegen;
d. het bewijs van bevoegdheid als boordwerktuigkundige en de bevoegdverklaringen voor vliegtuigtypen in dat bewijs.
2. De examens voor de bewijzen van bevoegdheid als beroeps- en verkeersvlieger en de bevoegdverklaringen spuitvliegen en blindvliegen en het bewijs van bevoegdheid als boordwerktuigkundige bestaan uit een theoretisch en een praktisch examen; de examens voor de bevoegdverklaringen voor categorieën, klassen en typen van vliegtuigen en vliegonderricht bestaan uit een praktisch examen.
3. De examencommissie heeft tot taak te onderzoeken of de kandidaten voldoen aan de gestelde eisen met betrekking tot de vereiste kennis en bedrevenheid voor de onder lid 1 genoemde bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen zoals bedoeld in artikel 23, derde lid van de Regeling Toezicht Luchtvaarten nader zijn omschreven in de desbetreffende bijlagen.
a. bewijzen van bevoegdheid als beroeps- en verkeersvlieger;
b. klasse- en typebevoegdverklaringen indien: 1°. de kandidaat houder is van een beroeps- of verkeersvliegbewijs van de betreffende categorie, of
2°. de kandidaat houder is van de bevoegdverklaring blindvliegen en het betreffende type of klasse vliegtuig onder IFR wenst te besturen, of
3°. het vliegtuigtype voor besturing door meer dan één vlieger gecertificeerd is.
1°. de kandidaat houder is van een beroeps- of verkeersvliegbewijs van de betreffende categorie, of
2°. de kandidaat houder is van de bevoegdverklaring blindvliegen en het betreffende type of klasse vliegtuig onder IFR wenst te besturen, of
3°. het vliegtuigtype voor besturing door meer dan één vlieger gecertificeerd is.
c. de bevoegdverklaring blindvliegen;
d. het bewijs van bevoegdheid als boordwerktuigkundige en de bevoegdverklaringen voor vliegtuigtypen in dat bewijs.
2. De examens voor de bewijzen van bevoegdheid als beroeps- en verkeersvlieger en de bevoegdverklaringen spuitvliegen en blindvliegen en het bewijs van bevoegdheid als boordwerktuigkundige bestaan uit een theoretisch en een praktisch examen; de examens voor de bevoegdverklaringen voor categorieën, klassen en typen van vliegtuigen en vliegonderricht bestaan uit een praktisch examen.
3. De examencommissie heeft tot taak te onderzoeken of de kandidaten voldoen aan de gestelde eisen met betrekking tot de vereiste kennis en bedrevenheid voor de onder lid 1 genoemde bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen zoals bedoeld in artikel 23, derde lid van de Regeling Toezicht Luchtvaarten nader zijn omschreven in de desbetreffende bijlagen.